Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hart tot op dezen avond toe gemeend had, dat zij nooit van iemand anders zou kunnen houden dan van Ingmar.

„Ik kan 't vannacht niet uitmaken, Bo," zei Gertrud. „Ik weet niet wat er over me gekomen is. Maar je moet niet met mij over Ingmar spreken."

En toen zeiden ze telkens, dat ze èigenlijk naar binnen moesten gaan, maar ze bleven zitten, tot Karin Ingmarsdochter naar buiten kwam en hen riep:

„Ingmar vraagt jelui beiden bij hem te willen komen."

Nu was 't gebeurd, dat, terwijl Gertrud met Bo sprak, Karin bij Ingmar gekomen was. Karin had hem veel groeten opgedragen aan allerlei vrienden en verwanten thuis. Zij rekte het gesprek, 't Was duidelijk, dat ze Ingmar iets te zeggen had, waar ze moeilijk toe komen kon.

Eindelijk zei ze langzaam en op zoo'n onverschilligen toon, dat ieder, die haar kende, begrijpen kon, dat dit nu eigenlijk was, wat ze te zeggen had:

„Er is een brief voor Ljung Björn gekomen van zijn broer Per."

„Zoo," zei Ingmar.

„Ik wil je wel zeggen, dat ik je onrecht gedaan heb, toen we op mijn kamer samen spraken, kort nadat je hier gekomen was."

„Ach neen," zei Ingmar, „je zei alleen wat je dacht, dat goed was."

„Neen, nu begrijp ik, dat je reden hadt van Barbro te scheiden," zei Karin, „Ljung Per schrijft, dat ze geen goed mensch is."

„Ik heb nooit één woord ten nadeele van Barbro gezegd," zei Ingmar.

„Nu zeggen ze, dat er een kind op Ingmarshoeve is." „Hoe oud is 't kind?" vroeg Ingmar. ,,'t Is nu in Augustus geboren."

„Dat is een leugen!" zei Ingmar, en sloeg met de vuist op de tafel.

Hij had bijna Karins hand getroffen, die op de tafel lag. „Wil je me slaan?" vroeg ze.

„Ik zag niet, dat je hand daar lag," antwoordde Ingmar. Karin sprak daar nog een oogenblik over, en Ingmar werd rustiger.

„Je kunt wel begrijpen, dat dit niet prettig was voor mij om te hooren," zei hij. „Nu zou ik je willen vragen Ljung Björn van mij te groeten, en te vragen of hij dit niét vertellen wil, voor we weten, of 't wel heelemaal waar is."

„Ik zal wel zorgen, dat hij zwijgt," zei Karin.

„En dan zou ik graag willen, dat je Bo en Gertrud even bij mij riep," zei Ingmar.

Toen Gertrud en Bo in de ziekenkamer kwamen, zat Ingmar,

357

Sluiten