Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

komst geven zou. Daarna stond de een na den ander op van de Amerikanen en de Syrieërs, en baden God, dat hij Ingmar tot 't rechte licht der waarheid voeren zou.

Sommigen spraken heel mooi. Ze beloofden eiken dag te bidden voor Ingmar, hun liefsten broeder, en hoopten, dat hij weer gezond zou worden. En allen wenschten, dat hij weer naar Jeruzalem komen zou.

Terwijl de vreemden spraken, zwegen de Zweden. Zij zaten vlak voor Ingmar en zaten hem aan te zien.

Toen ze Ingmar aanzagen, kwamen ze er onwillekeurig toe te denken aan alles wat veilig en goed geregeld was in 't oude land. Terwijl hij hier bij hen vertoefd had, was 't hun geweest, alsof iets er van tot hen gekomen was, maar nu Ingmar wegging, kwam de angst van de hulpeloosheid weer over hen. Zij voelden zich als verloren in een land zonder wetten, bij al die menschen, die zonder verschooning of barmhartigheid met elkaar streden om menschenzielen.

En zoo gingen hun gedachten met grooten weemoed naar huis terug. Zij zagen de heele streek met velden en hoeven. En de menschen bewogen zich stil en vredig op de wegen; en 't eene jaar leek zooveel op 't andere, dat men ze niet van elkaar kon onderscheiden.

Maar juist toen de boeren aan de groote stilte daar buiten dachten, kwam het over hen hoe grootsch en heerlijk 't was, dat ze 't volle leven waren ingegaan, dat ze een doel voor hun leven hadden, en weggekomen waren uit de grijze ééntonigheid van hun dagelijksch bestaan.

En een van hen verhief zijn stem en begon in 't Zweedsch te bidden: „Ik dank U, God, dat Gij mij naar Jeruzalem hebt geleid."

Toen stond de een na den ander op, en allen dankten God, omdat Hij hen naar Jeruzalem geleid had.

Zij dankten Hem voor hun dierbare kolonie, die hun zoo groote vreugde gaf. Zij dankten Hem, omdat hun kinderen al van hun jeugd af leerden in vrede te leven met alle menschen. Zij verwachtten, dat de jongeren de volmaking veel dichter nabij zouden komen, dan zijzelf. Zij dankten voor vervolging en lijden, zij dankten Hem voor de schoone leer, die zij geroepen waren in hun leven toe te passen.

Niemand ging weer zitten, voor hij getuigd had van 't groote geluk, dat in zijn hart woonde. En Ingmar begreep, dat dit alles om zijnentwil gezegd werd, en dat zij wilden, dat hij thuis zou vertellen, dat zij allen gelukkig waren.

Ingmar ging wat meer rechtop in den stoel zitten, toen hij dat hoorde — hij hield het hoofd hooger, en de strakke trek om den

360

Sluiten