Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE THUISKOMST.

Nu blijft er nog over te vertellen, wat er met Barbro Svensdochter gebeurde, sinds Ingmar naar Jeruzalem vertrokken was.

Toen Ingmar zoowat een maand weg was, begon Oude Lisa op Ingmarshoeve te merken, dat er over Barbro een voortdurende onrust en ongedurigheid gekomen was.

,,'t Is wonderlijk, zoo wild als haar oogen staan," dacht de oude vrouw, ,,'t Zou me niet verwonderen, als ze dezer dagen krankzinnig werd."

Op een avond begon ze Barbro uit te vragen.

„Ik zou wel eens willen weten, wat je scheelt, Barbro," zei ze. „Toen ik een jong meisje was, zag ik op een winter de huismoeder op Ingmarshoeve rondloopen met zulke oogen, als jij nu hebt."

„Was zij dat, die 't kind vermoordde?" vroeg Barbro snel.

„Ja," zei de oude vrouw, „en nu begin ik te denken, dat je met dergelijke gedachten rondloopt."

Barbro gaf niet dadelijk antwoord.

„Toen ik die geschiedenis hoorde," zei ze, „was ik maar over één ding verbaasd." Oude Lisa vroeg waarover.

„Dat ze er ook voor zichzelf niet een eind aan maakte."

Oude Lisa had zitten spinnen. Nu lei ze de hand op 't wiel om 't stil te laten staan, en richtte de oogen vast op Barbro. ,,'t Is ook geen wonder, dat je je akelig voelt, als er een kleintje hier op de hoeve moet komen, terwijl je man weg is," zei ze langzaam. „Hij wist er zeker niets van, toen hij heenging."

„Wij wisten er niets van, hij noch ik," zei Barbro zacht, alsof er zulk een zwaar verdriet op haar drukte, dat ze niet spreken kon.

„Maar nu zul je zeker wel schrijven, of hij thuis komt." „Neen," zei Barbro, „de eenige troost, dien ik heb, is dat hij weg is."

De oude vrouw liet de handen in haar schoot vallen van schrik. „Is dat een troost?" barstte ze uit. Barbro stond aan 't venster voor zich uit te staren:

362

Sluiten