Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Weet je niet, dat er een vloek op me rust?" vroeg ze, en probeerde haar stem vast en kalm te houden

„O ja, men kan niet goed een huis uit en in loopen, zonder van alles te hooren," zei de oude vrouw. „Ik heb wel gehoord, dat je een van de familie op Treurheuvel wezen moet."

Een tijdlang werd er niet meer gesproken. De Oude Lisa zat haar wiel te draaien, terwijl ze nu en dan een blik op Barbro wierp, die nog altijd bij 't venster stond, en nu en dan rilde. Na een kleine vijf minuten hield de vrouw met 't werk op, en ging naar de deur.

„Waar moet je heen?" vroeg Barbro.

„Dat zal ik je zeggen. Ik ga iemand zoeken, die aan Ingmar schrijven wil."

Barbro ging voor haar staan. „Dat zul je laten," zei ze. „Eer die brief geschreven is, lig ik onder in den waterval."

Zij stonden elkaar aan te zien. Barbro was groot en sterk. Oude Lisa dacht, dat ze van plan was haar met geweld terug te houden, maar opeens barstte Barbro in lachen uit, en ging terzij. „Schrijf maar," zei ze, ,,'t kan me niet schelen, 't Zal alleen maken, dat ik er eerder een eind aan maak dan ik van plan was."

„Ach neen," zei de oude vrouw, die begreep, dat ze voorzichtig moest zijn met Barbro, nu ze zoo wanhopend was. „Ik zal niet schrijven. Ik wil je niet tot een andere overhaaste daad brengen."

„Ja, schrijf maar!" riep Barbro, ,,'t kan me niets schelen. Je begrijpt wel, dat ik er in elk geval een eind aan maken moet. Ik ben niet verantwoord, als ik die ellende hier ten eeuwigen dage voort laat gaan."

De oude vrouw liep weer naar 't spinnewiel terug, en ging zitten werken.

„Moet je nu niet voor dien brief gaan zorgen?" zei Barbro en liep haar na.

„Ik ben benieuwd, of ik een verstandig woord met je spreken kan," zei Oude Lisa.

„O ja," zei Barbro, „dat zal nog wel gaan."

„Ik dacht zoo," zei Oude Lisa, „dat ik wel beloven kan over dit alles te zwijgen, als je mij beloven wilt, noch jezelf, noch het kind kwaad te doen, vóór we zeker weten, dat het zóó word als je denkt."

„Wil je me dan beloven, dat je me daarna zult laten begaan?" „Ja, daarna mag je doen, wat je wilt."

„Ach, ik kan er evengoed dadelijk een eind aan maken," zei Barbro, en zag er onverschillig uit.

„Ik dacht, dat je nu zoo graag wou, dat Ingmar in orde zou maken, wat hij bedorven heeft," zei de oude vrouw, „maar daar komt natuurlijk niets van, als hij zulke berichten krijgt"

363

Sluiten