Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kon, was haar eerste voornemen te volvoeren, 't Was aldoor zwak en ziekelijk, 't Groeide bijna niet, 't was nu even klein als toen het ter wereld kwam. En wat haar 't meeste zorg gaf, was dat zijn oogjes rood en gezwollen aren. 't Deed bijna geen moeite de oogen open te doen.

't Gebeurde toevallig, dat Lisa op een dag er over sprak hoe oud 't kind was. „Barbro, nu is 't kind al drie weken," zei ze. „Neen," zei Barbro heftig, — „dat is hij pas morgen." „Zoo," zei de oude vrouw, „dan vergis ik me zeker; maar ik herinner me, dat hij op een Woensdag geboren werd."

„Men dunkt, je kon me wel gunnen hem nog een dag te houden," zei Barbro.

Toen Oude Lisa zich den volgenden morgen aankleedde, zei ze tegen Barbro:

„Hier in de buurt is de wei voor de koeien slecht: ik zal ze wat verder 't bosch indrijven. We komen niet voor den avond terug."

Barbro wendde zich heftig tot haar, scheen iets te willen zeggen, maar kneep de lippen op elkaar, en zweeg.

„Wou je wat zeggen?" vroeg de oude vrouw, 't Kwam haar voor, alsof Barbro haar vragen wou thuis te blijven; maar daar kwam niets van.

Tegen den avond kwam Lisa zacht naar huis met het vee. Ze riep de koeien telkens, die links en rechts omwegen maakten en bleven staan, zoodra ze een groen bosje gras zagen. De oude vrouw werd ongeduldig. Ze liep op de koppige dieren te knorren.

„Och ja," zei ze eindelijk. „Je hoeft je ook niet zoo te haasten. Je zult vroeg genoeg de ellende vinden."

Toen ze de deur opendeed van 't huisje, zat Barbro met den jongen op schoot voor hem te zingen.

„Goede hemel, Lisa, dat je ook nooit thuis komt!" riep ze. „Ik weet niet, wat ik beginnen moet. Kijk, nu heeft de jongen uitslag."

En ze kwam met 't kind naar Oude Lisa toe en wees haar een paar roode vlekken in den hals van 't kind.

Lisa bleef in de deur staan, sloeg de handen ineen van verbazing en lachte. Barbro keek haar verwonderd aan.

„Is die uitslag dan niet gevaarlijk?" vroeg ze.

„Dat is morgen weer beter," zei de oude en lachte weer.

Barbro werd nog verbaasder, maar eindelijk herinnerde ze zich in wat voor angst de oude vrouw den heelen dag moest hebben rondgeloopen.

„Ja, 't was beter geweest voor ons allen, als ik 't maar gedaan had," zei ze. „En dat vondt jij zeker ook, omdat je vandaag wegging."

„Ik lag er van nacht nog over te denken, wat ik doen moest,"

367

Sluiten