Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verteld had, losse praatjes waren, maar toen hij in de gemeente gekomen was en gehoord had, dat het waar was, kon hij vooreerst niet verdragen iemand te zien. Hij was bij de ouders van Bo gaan logeeren. Daar had hij zooveel rust, als hij wilde, en niemand kwam bij hem of sprak met hem.

Tegen den middag nam de menschenstroom af, en op een oogenblik stond Gertrud alleen in de keuken. Juist toen kwam een groote statige vrouw binnen.

„Wie zou dat zijn?" dacht Gertrud. „Hoe wonderlijk, dat hier in" de gemeente iemand is, die ik niet ken."

De vreemde kwam naar Gertrud toe en reikte haar de hand. „Ik kan wel begrijpen, dat je Gertrud bent," zei ze. „Ik wil je nu vragen, of 't waar is, wat ik gehoord heb, dat Ingmar niet met je trouwen zal."

Gertrud was op 't punt van boos te worden, omdat een onbekende zoo plotseling naar zoo iets kwam vragen. Maar opeens begreep ze, dat dit Barbro, de vrouw van Ingmar, moest zijn.

„Neen, Ingmar zal niet met me trouwen," zei ze.

De andere zuchtte en ging naar de deur.

„Ik kon het niet gelooven, voor ik het met mijn eigen ooren hoorde." —

Barbro dacht alleen aan alle moeilijkheden, die dit haar brengen zou. Hier kwam nu Ingmar ongetrouwd terug, en zeker hield hij nog evenveel van haar, als toen hij op reis ging. „Nooit in der eeuwigheid durf ik nu bekendmaken, dat het kind van hem is," dacht ze. „Dit weet ik, dat hij zich te schande gemaakt zou voelen voor alle menschen, als hij mij alleen met het zieke kind liet tobben. Hij zou me dan vragen zijn vrouw te worden, en- ik zou 't hem niet kunnen weigeren; en dan begon dezelfde ellende opnieuw. Maar 't is hard voor me levenslang een schande te dragen, die ik niet verdiend heb."

Juist bij de deur wendde ze zich tot Gertrud.

„Ingmar zal nu zeker niet op de hoeve komen," zei ze zacht.

„Misschien kan dat niet zoo goed, dat hij naar huis gaat, voor jelui geheel gescheiden bent," antwoordde Gertrud.

„Hij zou toch niet naar huis gaan," meende Barbro.

Gertrud ging haastig op Barbro toe.

„Zie je, ik geloof, dat je je zelf belastert," barstte ze uit. „Dat heb ik aldoor gezegd en nu ik je gezien heb, weet ik het zeker."

„Hoe kan ik nu liegen?" zei Barbro. „Ik heb immers een kind."

„Je doet heel verkeerd tegenover Ingmar," zei Gertrud. „Zoo als hij naar je verlangt! Hij is verloren, als je hem de waarheid niet zegt."

„Er is niets te Zeggen," zei Barbro.

872

Sluiten