Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar toen Ingmar haar aanzag, hief hij langzaam den arm op, en zijn voorhoofd trok zich samen in diepe rimpels. Hij zag er uit, alsof hij lust had haar op den grond te gooien en te slaan.

Ze werd niet bang. Ze bleef stil staan en zag hem een oogenblik aan. Toen trok ze zich haastig terug.

„Och neen, Ingmar," zei ze, „maak je niet ongelukkig om mijnentwil."

Ingmar liet den arm zinken.

„Vergeef me," zei hij stijf en koud. ,Ik kon je niet in gezelschap van Stig Börjesson zien."

Barbro antwoordde heel zacht: „Je moet niet denken, dat ik niet ieder dankbaar zou zijn, die me van dit leven verlossen wou."

Zonder een woord meer te zeggen ging Ingmar naar den anderen kant van den weg en liep zwijgend voort.

Barbro zweeg ook. Telkens kreeg ze tranen in de oogen. „Hij wil niet eens met me praten, nu we elkaar in zoo lang niet gezien hebben. Waarom moeten we toch zóó ongelukkig zijn?"

,,'t Is toch 't beste, dat ik hem de waarheid zeg," dacht ze soms. „Ik kan 't niet verdragen, dat hij mij veracht, 't Is beter, dat ik hem de waarheid zeg, en me daarna van kant maak."

Plotseling begon ze met hem te praten.

„Je vraagt niet, hoe 't met Sterke Ingmar is."

„Ik kom gauw bij hem, dan kan ik 't zelf zien," zei Ingmar norsch.

„Hij kwam vanmorgen bij me," zei Barbro, „en vertelde mij, dat hij vannacht bericht gekregen had, dat hij vandaag zou sterven."

„Is hij niet ziek?" vroeg Ingmar.

„Hij heeft 't heele jaar last van rheumatiek gehad, en aldoor heeft hij er over geklaagd, dat je niet thuis kwam, zoodat hij sterven kon. Hij zei, dat hij niet heengaan kon, voor je uit Jeruzalem terug was."

„Maar is hij dan bizonder ziek vandaag?"

„Neen, niet meer dan anders, maar hij gelooft zeker, dat hij sterven zal, en is naar bed gegaan in de kleine kamer. Hij heeft gezegd, dat hij alles juist zoo hebben wil als je vader, toen hij stierf; en de dominee en de dokter moesten gehaald worden, omdat ze ook bij Groote Ingmar geweest waren. Hij vroeg ook naar de prachtige deken, die over Groote Ingmar gelegd werd, maar die is niet meer op de hoeve; die is op de verkooping verkocht."

„Ja, op die verkooping is veel verkocht," viel Ingmar haar in de rede.

„Een van de meisjes meende, dat Stig Börjesson die deken gekocht had en ik vond, dat ik probeeren moest hem terug te krij-

374

Sluiten