Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gen, zooals hij hebben wou. En gelukkig kon ik hem terugkoopen. Ik heb hem hier," zei ze en wees op een pak, dat ze in de hand droeg.

„Je bent altijd goed voor de oude menschen geweest," zei Ingmar. Zijn stem was stijf en koud, al waren de woorden vriendelijk. Toen sprak hij niet meer, maar verviel weer in zijn vroeger zwijgen. Barbro zag met verlangenden blik den weg af: „Hoe vreeselijk ver zijn we nog van huis. Nu moeten we nog een half uur loopen, en al dien tijd moet ik 't aanzien, hoe ongelukkig hij is," dacht ze. „En ik kan hem niet helpen, 't Zou nog erger worden, als ik hem de waarheid zei. Dan zou hij zijn leven weer aan 't mijne vastbinden. Maar nooit, nooit wil ik zoo iets vreeselijks doormaken."

Ze probeerden hard te loopen, maar zij noch Ingmar konden dat. De sombere gedachten hingen vast aan hun voeten, en verzwaarden hun gang.

Eindelijk waren ze bij het hek van de hoeve. Hier ging Ingmar voor Barbro staan.

„Ik wil je nu iets vragen, wat ik voor ons beiden bedacht heb," zei hij. „Want als je daar niet in toestemt, zien we elkaar misschien nooit weerom. Ik wou je voorstellen onze scheiding niet door te laten gaan."

Ingmars stem klonk heel koud, en hu* zag niet naar Barbro, maar op de oude hoeve, die voor hem lag. Hij knikte tegen de gebouwen, die hem bedachtzaam schenen aan te zien met hun luiken en lage vensters. „Ja, nu kijken ze mij aan," mompelde hij, „nu willen ze zien, of ik eindelijk geleerd heb Gods wegen te gaan."

„Ik heb al deze dagen veel over de toekomst gedacht," zei Ingmar hardop. „Ik kan een mensch als Barbro niet verloren laten gaan, heb ik gedacht. Ik moet haar steunen; maar man en vrouw op de gewone manier, kunnen we niet worden. En nu wilde ik je vragen of je geen lust zoudt hebben met mij naar Jeruzalem te gaan, dan konden we beiden in de kolonie trekken, 't Zijn brave menschen daar, en er zijn zoovelen van de onzen, dat je er gauw thuis zoudt wezen."

Hij hield even op om te hooren, wat ze zeggen zou.

„Wil je dan van de hoeve weg om mijnentwil?"

„Ik wil alleen doen wat goed is."

Hij sprak op zoo'n kalmen toon, dat zij er van bevroor.

„Je hebt al een oog daar ginds verloren, en ik heb gehoord dat je naar huis moest gaan om niet blind te worden."

„Daar moeten we nu niet aan denken," zei Ingmar, „alles komt terecht, als we maar doen wat goed is."

Barbro dacht weer dat 't louter barmhartigheid zou zijn Ingmar

375

Sluiten