Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vergeven, dat ik bard tegen je geweest ben in den laatsten tijd."

Barbro snikte. Ze had zooveel droefheid verkropt den laatsten tijd, dat ze gemakkelijk tot schreien kwam. De oude man streelde haar hand nog eens en glimlachte om haar tranen.

„Nu komt Ingmar wel gauw," zei hij.

„Hij is gekomen," zei Barbro. „Ik kwam maar vooruit om je dat te zeggen."

Toen Ingmar binnenkwam, kwam de oude man met moeite overeind in bed, en reikte hem de hand. „Wees welkom," zei hij.

„Ik dacht niet, dat je mij dat verdriet zou doen, te sterven op den dag, dat ik thuis kom," zei Ingmar treurig.

„Je moet daar niet boos om zijn," zei de oude man verontschuldigend. „Je weet wel, dat Groote Ingmar me beloofd heeft, dat ik bij hem komen mocht, zoodra je van den pelgrimstocht terugkwam."

Ingmar ging op den rand van 't bed zitten. De oude hield zijn hand vast, maar zweeg langen tijd. Men zag, dat de dood naderde. Hij werd al bleeker en de ademhaling kwam langzaam en hijgend.

Toen ging Barbro de kamer uit, en hij begon Ingmar uit te vragen: „Ben je goed thuis gekomen?" vroeg hij en zag hem scherp aan.

„Ja," zei Ingmar kalm en streelde zijn hand. „Ik heb een goede reis gehad."

„Hier wordt gezegd, dat je Gertrud mee naar huis zou gebracht hebben."

„Ja," zei Ingmar. „Ze is meegekomen en gaat trouwen met Bo Mansson."

„Heb je daar vrede mee, Ingmar?"

„Ja," zei Ingmar vast. „Daar heb ik volkomen vrede mee." De oude man zag hem onderzoekend aan. Hij schudde het hoofd. Hier scheen veel te zijn, dat hrj niet begrijpen kon. „Hoe is 't met je oog?" zei hij.

„Dat heb ik in Jeruzalem verloren," antwoordde Ingmar. „Heb je daar ook vrede mee?"

„Je weet wel, Sterke Ingmar, dat onze lieve Heer iets in pand wil hebben van hen, wien hij een groot geluk geeft." „Heb jij dan een groot geluk gekregen?"

„Ja," zei Ingmar „ik heb weer in orde mogen maken, wat ik in de war gebracht heb." De stervende begon zich in 't bed heen en weer te gooien. „Heb je nu pijn?" vroeg Ingmar. „Neen, 't is onrust," zei de oude man. ,,Zeg me, wat het is."

„Je jokt me toch niet voor, opdat ik rustig sterven zal, Ing-

377

Sluiten