Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dacht hij. Maar toen zag hij, dat de oogen van Sterke Ingmar smeekend op hem gericht waren.

„Ja, ik zal wel moeten meehelpen, ter wille van dien ouden man," dacht hij.

„Ik kan me wel begrijpen, dat Barbro weigert, omdat ze dan iets zal moeten zeggen, wat ze moeilijk vindt te doen, terwijl wij allen 't hooren," zei Ingmar.

„Wij zullen het Barbro wel gemakkelijk maken, als zij 't kind maar wil gaan halen," zei de predikant. „Ze kan wat ze zeggen moet, op een stuk papier schrijven; dan schrijf ik het in 't kerkeboek, als ik thuis kom!"

„Och neen, och neen! 't is volkomen onmogelijk," zei Barbro, en ze wist geen raad van angst en wanhoop, omdat ze voelde, dat het haar onmogelijk was in zulk een ernstige zaak te liegen. Ingmar stond op.

,,'t Zou me levenslang bezwaren, als Sterke Ingmar zijn laatsten wensch niet vervuld kreeg," zei hij. „Nu zal ik zeggen, dat ze met 't kind binnenkomen." Hij zag Barbro aan. Ze bewoog zich niet.

Toen ging hij de kamer uit, en de weinige toebereidselen waren spoedig gereed. De predikantsmantel en 't boek kwamen te voorschijn uit het taschje, dat de predikant altijd bij zich had, en een bak met water werd binnengebracht. Toen kwam Oude Lisa met 't kind. De predikant deed den mantel om. „Ik moet allereerst weten, hoe 't kind heeten zal," zei hij.

„Barbro moet hem zelf maar een naam geven," zei Ingmar.

Barbro bewoog de lippen een paar maal, maar ze kon geen geluid geven, 't Was een ademloos wachten. Ingmar zag zijn vrouw met de grootste verbazing aan.

„Wat scheelt haar nu?" dacht hij. ,,'t Kan toch zoo moeilijk niet zijn, den jongen een naam te geven. Waarom kan zij er niet toe komen zoo iets eenvoudigs te doen?" Opeens meende hij, dat hem een licht in al die duisternis opging. „Dit kind moet zeker een naam dragen, dien ze niet wil noemen," dacht hij.

„Nu 't Sterke Ingmar is, die om den doop verzocht heeft, dunkt mij, dat hij den jongen zijn naam geven moet," zei Ingmar met sterken nadruk. En zijn oogen weken niet van zijn vrouw, terwijl hij dit zei.

Toen Ingmar dit gezegd had, stond Barbro op. Ze ging langzaam de kamer door, tot ze voor den predikant stond. En toen zei ze met vaste stem: „Ik hoor, dat Ingmar al geraden heeft, wat ik hem nooit had willen zeggen. Maar dit kind moet niet Ingmar heeten, omdat het blind en idioot is."

En toen ze dit gezegd had voelde zij dat het onuitsprekelijk bitter was, dat haar geheim, waarvan haar leven afhing, haar

380

Sluiten