Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET NIEUWE ZUSJE. :-: Mama! Mama! Mama! Mama!

Zoo klonk het heel de woning door; Terwijl twee mannekes stoven Naar boven, Waar Papa kwam voor, De handen uitgestrekt. Vol zorg gebiedend: „Stil! „Houdt op met al dat leven maken! „Versta je kindren? hoor! ik wil. „Want anders stoort ge nog Mamaake „Terwijl ze juist wat slapen moet... „Mamaake is niet goed''.

Daar stond het nu bewogen,

Het kleine volk;

En 't zonnetje der oogen

Met eene wolk.

Een tranen wolk verduisterde:

Het stond en zweeg en luisterde.

„Maar kindjes lief, nu geen verdriet, „Zóó ziek is nu Mama nog niet; „Zij heeft zich moe geloopen „Ze is een nieuw kindeke gaan koopen. „Weldra is zij weer genezen, „En, als ge heel braaf zijt, misschien „Laat ik u 't kindeke, uw klein zusje [eens zien"

— „Och Paake, als 't u blieft, We zullen heel braaf wezen". Ze dansten van plezier,

De hemdjes in de lucht

— „Komt dan maar gauw, Maar geen gerucht!"

En door de deur met lichte voetjes, Slopen ze voorzichtig zoetjes Met uitgestoken kin En hielden d'adem in.

:-: vrij naar A. J. M. Janssens. Papa schoof weg het wit gordijntje; En uit het linnen blank en rein, Geschaduwd door het wederschijntje Der blauwe wieg, daar kwam een klein. Klein wezentje te voorschijn, Rozenknopje

Op sneeuw geleid, zoo 't scheen; En als de mannekes nu 't kopje In 't wiegske staken, dicht bijeen. Om 't wezentje te zien, schrokken ze Van zulk een kleine zus, [haast En keken ze aan verbaasd.

Zij zelve schenen reuzen Bij 't kleintje. — „Geeft 'n kus Aan zusje!" En ze deen 't Half vreezend half gemeend. Dan, over kaak en neus en Rond de oogskens met de vingerkens [gegaan.

Al tastende... „Papaake, leeft dat?" Zoo vroegen zij, „kan 't kijken?

[Geeft dat „Een handje, en kan het recht op

[staan?"

„God zij geloofd! dat leeft, mijn kindjes [en 't zal blijven Leven en groeien, als 't God blieft;

[en eer

Het morgen wordt den derden keer. Zal 't kijken, en zijn oogskens zullen [drijven

U achterna. Dra wordt ze groot. Uw liefste speelgenoot". —

— „Papa, dat zal plezierig zijn

Te spelen met ons zusselijn".

Op teentjes top,

Trokken ze op,

Al fezelende ondereen

Van 't zuske „nog zoo kleen".

2

Sluiten