Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schrift er geen letters voor heeft, maar die wij met fluisteren en blazen, brommen en kakelen, gieren en snorren, ploeteren en mummelen, knorren en pitsen, tjuiken en tsilpen, spuwen en sissen kunnen vergelijken. Al deze brabbelklanken hebben echter hoegenaamd geen beteekenis. OFFFNINC Rangschik alle Nederlandsche medeklinkers eens in de drie

groepen van keel-, lip- en tandmedeklinkers.

13. De muzikale 09 om 6031 ano<erc reden kunnen we dit brabbelen met melodie. tea concert vergelijken. Vooral in muzikale schakeering

bereiken de moeders bij 't het gesprek met hun nog sprakelooze kleinen, dikwijls een graad van duidelijkheid, die niemand zich kan voorstellen, zoolang hij er niet speciaal op gelet heeft. In het begin is de toon van alle kinderbrabbeltjes even hoog. Langzamerhand komt er verschil in toon op, en kan een bezorgde moeder uit de melodie van het gebrabbel de stemming van het kind afleiden. Soms klinkt het ietwat klagend: hoog beginnend en langzaamomlaag en lager. Een anderen keer springen de tonen ietwat verontwaardigd omhoog en omlaag.

14. De gille- Gewoonlijk wordt de brabbelperiode een of twee maanden tjesperiode. onderbroken door een periode van stilte. In dezen tijd

echter bemerkt de moeder, dat het kind gevoelig wordt voor allerlei snel voorbijgaande prikkelingen der zintuigen, en die telkens met een hoog kort gilletje beantwoordt Bij 't openschuiven van 't gordijn s morgens: gil Bij 't hooren van een bons of knal: Ai! Bij 't voelen van water: hil bij 't proeven van de melk: gul Deze gilletjes hebben dus blijkbaar wel een beteekenis: zeker nog een heel onbepaalde en vage, maar die we toch met onze interjecties als: hé, hè, ha, bi, o! owee! oe! kunnen vergelijken. Wij zien hieruit dat ook het bewustzijn zich verder ontwikkelt: was bet vroeger alleen beperkt tot kwaje of goeie buien en lang-durende eenparige stemmingen van klacht of onwil, nu is het kindje al wakker genoeg voor kleine voorbijgaande gevoelentjes van schrik en verrassing. Ook het praten van moeder wordt eerst met een gilletje en later altijd met een onveranderlijk da da da of ta ta ta beantwoord.

15. Hetnapraten. °P nct ^er brabbelperiode dat is in de 8*e, 9de

of 10de levensmaand, hoort men soms op eens het kind een woord van moeder nazeggen, b.v, mam, didi, of iets anders, vooral als moeder, wat ze dikwijls vanzelf gaat doen, het kindje met een zijner meest geliefkoosde brabbelklankjes aanspreekt En dit is ook goed te begrijpen. Bij het brabbelen hebben wij gezien, dat hierbij dikwijls een zelfde klank, twee, tien. twintig maal herhaald wordt Aanvankelijk komt datzekermeesthiervandaandathetkindz'n articulatieorgaan nog traag is en dus vanzelf een tijd lang in dezelfde houding blijft, zoodat bij eiken nieuwen ademstoot dezelfde klank gevormd wordt Maar later, als het orgaan al zoo veelzijdig bewegelijk is, moet ons zulk een voortdurende

7

Sluiten