Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

18. Het nadoen. Klapt moeder nu in de hamden, dan kijkt hij op en ziet en hoort het Ook hij gaat nu in de handen klappen en hoort het ook. Onbedaarlijke pret Een nieuw kunststukje! Dan begint moeder te zingen en te klappen tegelijk: „Klap maar in de handjes blij, blij blij, Geef de booze bolle dan maar dij, dij, dij". En dan zingt moeder opnieuw. En nu neemt ze zijn handjes in de hare en klapt zoo met hem mee. Allemaal prachtige middelen om het kind in nadoen en napraten te oefenen. Keesje kan dat allemaal nog niet nazeggen, maar hij dreunt en giert toch dapper mee, en de stralende oogjes verraden het innerlijk weggevallen,

19 Weer de tnu- ^ct mec9t schijnen het kind aanvankelijk de schakeerinzikale toon. 9en der stemhoogte te interesseeren. We herinneren ons

aan het vroeger gezegde over den dalenden klaagtoon en den opspelenden springtoon. Nu betrappen we soms den kleine op het nadoen van den toon in een samenspraak. Eerst een paar brabbelklankjes met duidelijken vraagtoon, dan vlak daarop wat gebrabbel met beslisten antwoordtoon. Dat gaat dan zoo door in twee, drie langgerekte belangstellende uitvraagstukjes, telkens weer gevolgd door een kort afdoend bescheid: althans dien indruk maakt bet op een afstand gehoord. Dichterbij gekomen bemerkt men, dat het zinloos gebrabbel is, maar de gesprektoon was onmiskenbaar. Het kind bootst de muziek na van een samenspraak.

20 De overoan de brabbelklanken zelf echter begint moeders voorvan brabbelenin Dccld ook invloed te krijgen. Van nu af aan worden toch napraten. m de babbeluren de van moeder nagezegde klanken

bevoorrecht de andere raken op den achtergrond. De nagezegde klanken zijn echter voorloopig slechts weinig in getal. Het spel van babbelen wordt dus eentonig. Het kind amuseert er zich niet meer mee, en daarom houdt het er nu ook weldra mee op. Het brabbelen is uit en het napraten is begonnen. Gewoonlijk is ondertusschen het kind reeds verjaard en dus één jaar oud geworden. Hij heeft het al ver gebracht. 91 r„„ „„ „M. Het is nu of de dreumes in een echo is veranderd. Alles silbige woorden. m' na 200 9oed en zoo kwaad als dat gaat: van

losse woorden vaak alleen den klinker en den een of ander toevallig raken medeklinker, van heele zinnen alleen het eveneens nog geradbraakte laatste woord. Eerst alleen éénsilbige woorden en dan is de gelijkenis nog meest verre van kompleet; vies zegt Keesje na als: iesj, draaf als dara, dara; zegt moeder op dan zegt Keesje bè of ba, zegt moeder pars, dan zegt hij: at. Ook de poes wordt trouw nagemiauwd: maauw, en als bij het kaatsenballen de bal ergens tegen patst bootst hij het ook al na met : ar; alleen op papa reageert hij met het tweesilbige „papa". Moeder zegt hem voor: Vader. De kleine antwoordt nu eens: pappa, dan weer pada: nu zegt moeder: vaaaader; de kleine daarop aatie, aaadie. Weldra komen er nu eenige andere tweesilbige woordjes bij: mama,

9

Sluiten