Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beebee, en pas eenige maanden later is z'n geheugen lang genoeg om drie silben na te zeggen: grootmama klinkt dan: amama en grootpapa: opapa. 22 Belanastellina Sommige kinderen kijken, als ze een ongewonen klank in mondbeweging. noorcn aandachtig luisterend naar moeders lippen en probeeren dan hun lippen ook zoo te trekken. Keesjes moeder berichtte mij zelfs, dat haar dreumes na lang kijken haar lippen ook met z'n vingertjes kwam voelen, en zelfs bij het openen van den mond haar tong betastte, en daarna bij zichzelf ging zoeken, of hij ook een tong had, en wat die zooal deed daarbinnen in z'n kleine mondje. OEFENING ^et eens °P weu^ verschll je aan iemands mond kunt zien, als hij ie of uu zegt. Welk verschil is er aan de lippen te zien tusschen ee en oo, tusschen aa en oe? Hoe verandert de mondstelling, terwijl je ieuw zegt? Kun je zoo misschien ook de lipmedeklinkers p, b en m zien? En van de tandmedeklinkers de s en zl Kijk eens in den spiegel naar het verschil tusschen de z van hazen en de sj van haasje. Begrijp je nu hoe een doof kind toch iemand die gewoon spreekt kan leer en verstaan? Brengt moeder Keesje naar bed dan zegt ze: „ga je nu weer lekker slapen?" hij beantwoordt dit vast met: ra, ta, ta. Als nu moeder diezelfde woorden niet hardop maar fluisterend Zegt, dan antwoordt hij ook met fluisterstem: ta, ta, ta, heel zachtjes. Spreekt moeder met een hooqe stem dan kraait hij hoog ta, ra, ta, spreekt moeder met een diepe stem, dan bromt hij laag ra, fa, ta. Al dit napraten is echter nog volstrekt geen praten, netzoomin als het gesnater van een papegaai. Maar het is toch al de muziek der taal, en soms zelfs heel hef en bekoorlijk. Die klankmuziek zal ook later een der bekoorlijkheden van alle schoone taal, en vooral van de dichter' taal blijven.

VADER EN MOEDER. :-: :-: :-: :-: :-: door D.-v. G. In 't wiegje een heel klein gezichtje, Weg in den wind waait je waarde: Glimlachend het jonge paar. Lief als een „kind" ben je niet.

Zwijgend naar *t sluimerend wichtje „„Om 't lieve behoud van een leven Doorschouwen, verstaan zij elkaar. Zwoegen liefde en medelij, „Moedertje 1" fluisterde 't zwijgen. Worden handen vol goud gegeven... „Vadertje!"' zei het zoo zacht; Hier komt een leventje bij!

Stil tot elkander• zij nijgen: „„Hemel van huwende weelde,

Ziele ziet ziele die lacht. Schepping op aarde verdwaald.""

„Vadertje-lief zal je hoeden „Almacht in Vader herteelde!"

Tot hij zichzelf in je kent". „Liefde in Moeder vertaald."

„Moedertje-zoet zal je voeden, „Vadertje 1" jubelt het zwijgen.

Tot je haar evenbeeld bent" „Moedertje!" roept het verrukt...

„„Bloeiender rozen gaarde. Weer tot elkander zij nijgen

Kweelender vogelen lied. Handen in handen gedrukt.

10

Sluiten