Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waar zij bang voor was, zou toch wel niet waar zijn; hoe kon zij toch zoo gek zijn dat te denken! Alle kinderen deden toch niet hetzelfde, en haar kind had juist zulke bijzonder mooie oogen, dat hadden alle menschen al gezeid. Maar nu viel het haar achteraf ineens op, dat de menschen al een paar keer zoo raar gekeken, en naar haar zin Steffie niet genoeg bewonderd hadden. Zouden de anderen al eerder dan zij iets vreemds aan hem gezien hebben? O, die kwellende angst, die bodemlooze wanhoop, die zich ineens weer van haar meester maakten! Zij legde het kind gauw in de wieg, omdat zij met haar handen haar hoofd moest kunnen grijpen, en zoo zeeg zij neer op haar knieën, en keek en keek, en riep het kind. Het spartelde met de armpjes en beentjes, en maakte kleine geluidjes, alsof het antwoordde, maar waar de arme moeder zoo hartstochtelijk om smeekte, dat gebeurde met. De oogen bleven recht voor zich uitzien.

Toen Aart thuiskwam, zag hij dadelijk, hoe ontsteld Mijntje er uitzag. „Steffie is toch niet ziek?" vroeg hij verschrikt en ging dadelijk naar de wieg. Mijntje kon niet antwoorden; zij schudde van neen, en toen Aart in de wieg keek, bracht zij er eindelijk met moeite uit: „Zie jij niets vreemds aan Steffie?" „Wat vreemds", zei Aart verwonderd, „nee, hij is net als alle dagen". „Ja maar", hokte Mijntje, „zijn oogen!" En toen ineens barstte zij los in woest gesnik: „O, Aart, ik geloof, dat hij blind is!"

Aart schrok vreeselijk; hij had wel al eens gedacht, dat het kind bijzonder strak keek, maar dat was nooit bij hem opgekomen. Zonder iets te zeggen ging hij gauw een lampje halen, stak het aan en hield het licht vlak voor de oogen van het kind, maar het knipte er niet mee; klaarblij keli j k zag het kind mets van het licht. Aart zette het lampje weer weg en ging diep verslagen bij de tafel zitten. Hij moest trachten het te vatten, hij kon het zoo ineens niet begrijpen... Blind, blind, zijn jongetje zou blind zijn?l Zou niets zien van alles wat alle menschen zien?! Hij had wel eens een blind mensch gezien, maar dat was een oud mensen geweest, dat was heel natuurlijk; maar een blind klein kindje — zijn klein, klein kindje blind! Maar er was misschien wel wat aan te doen — en daar zat hij stil, terwijl er misschien iets verzuimd werd 1 „Ik ga den dokter halen", zei hij tegen Mijntje, die het kind weer op schoot genomen had. Zij kon nu niet meer laten om naar de oogen van het kind te kijken. Het was of zij van minuut tot minuut verwachtte, dat het leven er in zou ontwaken en dat haar jongen haar voor 't eerst zou aankijken; en dan zou dat ontzettende ineens voorbij zijn en zou het zijn, of zij een afschuwelijken droom gehad had. Was Aart nu maar met den dokter gaan halen! Als die zd, dat Steffie blind was, zou 't zijn of 't dan pas waar was, en anders kon Zij er alle dagen voor bidden en hopen. O, zij zou nergens anders aan denken en altijd maar bidden, dan zou de lieve Maagd Maria eindelijk wel medelijden met haar hebben en met haar Steffie, en hem de zon en de boomen laten zien en zijn moedertje, dat hem toch ook zien mocht.

12

Sluiten