Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

9. De woorden P™* ^ dressuur is het kind op dezen leeftijd nu als signalen. eindelijk in staat, om, geholpen door een aanwijzend of a uu- nabootsend gebaar, geholpen door moeders gelaatsuitdrukking en moeders oogen, geholpen door zichtbare aanwezigheid van het genoemde ding of feit. en de ogenblikkelijke omgeving, op een bepaald woordalscommandoof signaaheenbepaalde uiterlijke handeling te verachten. Want men moet niet meenen, dat het nu al de heele zümetjes: l^aar ts moeder? oi wüje lekkere pap? zou verstaan. Alleen het laatste woord van die zinnetjes in vragenden toon gesproken dient hem als signaal OEFENING. Z,oek e^s ^ recks voorbeelden in de groote menschentaal uMM Wf^m °rt w?°rd 9cb~*t wordt als een signaal. Denk b.v. aan het hoen, verschillende spelen en aan het exerceeren der soldaten.

10. Aanschouwelijke Bovendie° wordt bij sommige dier op commando voorstellingen. aangeleerde handelingen (b.v. bij het toonen van z'n

u» hu i Poppetje of z'n fluitje, die hij altijd bit zich draagt) waarscbjnhjk ook al spoedig daarbinnen in z'n bewustzijn de aanschouweh^e voorstellingjakker van het omhoog gestoken poppetje of E£; £ pas in dit geval kunnen we eigenhjk spreken van verstaan, i^^ mc^te ktaduen. juist in dezen tijd. zieh zelf die aanschouwelijke voorstagen duidelijk bewust worden, zien we heel aardig uit sommie Wtukjes die ze mt triomfantehjk beginnen uit te voeren. Op dTvraag paPP^el d°et de,Cen de dfcbt en reikt het gevraagde

ruk het hoofdje naar achteren, om toch maar te laten zien, dat bij „het

2a?u Tih.*fldmfl' 008 Kecs e toont * n°9 ^ders. Als hij een kous vmdt houdtkjdietegen z'n been. een schoentje drukt hij tegen z^voet

W A^*"?*: *" ^ * P °P * *«* waaAet knoo^e' Zïï*uï jSü1 M ZT verwond«d= dat het daar niet van zelf vast

wïon e^ ^ M ~? *" d0Ct * ** om 2'n kortom

wat op een stuk van z n eigen uitrusting Üjkt. duwt hij tegen de plaats waar het behoort te zitten. Ook begint hij te probeeren. de huishoudSkê duigen uit z n omgeving weer te maken gelijk ze geweest z^: zoob. v h^^T'^ ^1*? d5°Sjc hct poerend dekseltje. eTdoS ofhetÖ^

op het hoofd Wat later zetten de meeste kinderen, als ze hun speelgoed kapot gemaakt hebben, voortdurend de stukken weer aan elkaar zooaï wlh^r '01 ^Sfn daarbij: zoo (is het) geweest. Alkmaal duide!

hjkebewijzen datzenu in hun bewustzijn aanschouwelijke voorstellingen

t C dÜ19Cn dic hcn om9evcn- °ok de groote p9S

T9kfUipcn achtc? «» 9°rdij°. en dan plotseling het gordijn wet trekken, berust op een spelend controleeren der mwend^e voorstem^S.

19

Sluiten