Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doen gehoorzamen: maar ik was niet in staat ze alle aan allen kenbaar te maken. Ik zocht het te onthouden, wanneer zij een zaak noemden en als zij hun lichaam naar iets toe bewogen, zag ik het, en hield het er voor, dat zij het ding noemden, dat zij uitspraken. Dat' zij dat daarmee bedoelden bleek uit de beweging van hun lichaam. Deze is als het ware de natuurspraak aller volkeren, die zich uit door het gelaat, den oogopslag, den klank der stem in het vragen; het vasthouden, het wegstooten of het vluchten der dingen. Doordat ik nu dezelfde woorden dikwijls, en in verschillende zinnen hoorde, begreep ik langzamerhand waarvan zij de teekenen waren; en openbaarde ik reeds in hen mijn wenschen. Zoo wisselde ik teekenen van wilsuiting met hen, in wier midden ik was; en steeg ik hoog er in de woelige gemeenschap van het menschelijk leven, nog afhankelijk van het gezag mijner ouders en den wil van meer gevorderden in jaren. HET OPEN VENSTER :-: :-: :-: :-: naar Longfellow. Het oude huis staat er rustig Zij dartelen met onder 't loover,

In lommer van lindeblad. Zij spelen niet in de hal,

Waar licht en donker weemlen Maar leegte en stilte en weemoed

Op 't kiezel-witte pad. Hangen treurend over al.

Ik zie van kinderkamer De vogeltjes in hun vreugde

De ramen open zoo wijd, Zingen vroolijk hoog in den boom,

Want beide kinderkopjes Maar 't schallen van kinderstemmetjes

Is 't open venster kwijt Hoor ik nog alleen in mijn droom.

Bij toeë deur kijkt druilend En 't jochie, dat aan mijn zijde

Vreemdstil de trouwe hond Stil voortschuift, maar niet begrijpt:

Naar de oude goeie'vrindjes, Waarom mijn hand al vaster

Die met meer keeren, rond. En vaster zijn handje knijpt.

MIJN LEVENSGESCHIEDENIS :-: :-: :-: door Helen Keiler. Ik ben den 27 Juli 1880 geboren te Tuscumbia, een klem stadje in het noorden van Alabama. Men heeft mij verteld, dat ik, toen ik nog in de lange kleeren was, reeds teekenen gaf van een levendigen doorzettenden aard. Alles wat ik anderen zag doen, wilde ik dadelijk nadoen. Zes maanden oud, kon ik al zoo iets zeggen als: „how d'ye" en eens trok ik de algemeene aandacht door heel duidelijk „thee" te roepen. Zelfs na mijn ziekte herinnerde ik mij één van die woorden, die ik in de eerste maanden had geleerd. Dat was: „water" en ik heb steeds volgehouden voor dat woord een geluid te maken, nadat ik overigens alle vermogen tot spreken verloren had. Ik hield eerst op met „wa-wa" te zeggen toen ik het woord had leeren spellen. Zij zeggen, dat ik op mijn eerste verjaardag kon loopen. Mijn moeder had mij juist uit de badkuip genomen en had mij op haar schoot toen ik plotseling werd aangetrokken door de dansende schaduwen van bladeren op den gladden, door de zon beschenen vloer. Ik gleed van moeders schoot af, en liep er bijna op een drafje naar toe. Toen dat oogenblik van opwinding voorbij was, viel ik op den grond en huilde, totdat

22

Sluiten