Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

fuuuutl ta, ta, ta, ta, ta. Men ziet, ook hier kan men reeds met reden veronderstellen dat er bewuste bedoeling in het spel was; want van nu af, zegt hij zoodra hij een auto ziet:' rauu t. Andere kinderen die een kanarievogel in huis hebben, zeggen in dien tijd, telkens als £e een vogel zien: piep. Bernard noemde een horloge: ti ta, een hond: wa wa, en een stoomboot: toe-roe. Allemaal klanknabootsingen. In Gelderland fluiten de jongens in later jaren de rietlijster na, en in Vlaanderen de tortelduif en de nachtegaal.

RIETLIJSTER in Gelderland. TORTELDUIF in Vlaanderen

Rarakiet, kiet, kiet! Doet de deuR toe, zoetelief!

Mijn nestje zit in 't riet, riet, riet! Doet de deuR toe, zoetelief

Van je leven vin-je 't niet, met, niet! (De R van deur laten ze lang rollen)

NACHTEGAAL (mannetje) ta Vlaanderen. NACHTEGAAL (wijfje) ta Vlaanderen.

Ghoio, ghoio, ghoio! (lang gedragen) Zoet, zoet, zoet.

Weg, weg, weg! (korte slagen) Ziet dat ge mijn jongskes

AlhieR, alhieR, alhieR! (lang) Geen zeer en doet (Natuurlijk

Zoekt, zoekt zoekt! (kort) alle bij 't nestjes zoeken gemaakt).

Ook in de groote-menschentaal zijn er veel klanknabootsingen. Van

„De erste lokkemetief' laat van Meurs zijn Betuwsch boertje zeggen:

l_i Hij dampte uut z'n piep: witte rookwolken uut j-j

En gromde toezoers: uut er vuut! uut er vuut! De fijne hooge piepstemmetjes van eer pas uitgekomen meezennest verklankt Guido Gezelle in deze regels: „Mi" zoo roept er eene — „Mi di muggel" — „Di?" — Wederroept Marleene, — „Mi, Martine, mi!" — En van de aldoor zwierende en gierende GIERZWALUWEN zingt hij aldus: „Zie, zie, zie, bieden den wiegende en hooge nu

zie, zie, zie, stiet ons zal! vliegende, hemelt hun'

zie!! zie!! zie!! Wie? wie? wie?? vlug op de vlerke, in de

ziel!" wie???" vlerk, lucht:

tieren de Piepende en spoeien en amper nog

zwaluwen, kriepende, roeien ze hoore ik... en

twee-driemaal zwak en ge- ringsom de die 'k niet en

drie, zwind; kerk. zie,

zwierende en haaiende en Leege nu lijvelijk

gierende: draaiende, zweven ze, en zingen ze:

„Niemand,die... rap als de geven ze „Wie??? wie??

die wind; bucht; wie? wie..."

Falkland schrijft van: 'n kanarie: dat hij 't verdijt 'n ander geluid dan 't gehokketok van stokje naar stokje te laten hooren. Vind je dat niet echt?

Ga eens na hoe wij het geluid van de volgende dieren en dingen

OEFENING. nocmcn. [)e mUsschen sjilpen, tjilpen, tsjirpen. De poes De kik-

vorsch .... De .... kirt. Het .... knort. De ... kakelt. De ... krast. De ...

32

Sluiten