Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

balkt De .. kwaakt. Als je keelpijn hebt, krijg je 'n drankje, om te ... De deur dichtflappen. Met belletjes ... Er wordt gebeld,... zoo gaat de bel. De ganzen gaggelen. Het kindje... van de pret. De hond... Van blijdschap in de handen ... Kleine kinderen noemen 'n horloge dikwijls een:... Het paard ... De electrische tram toefde voorbij. De muis ... Een auto heet ook 'n ... Van woede ... hij met z'n tanden. In Amsterdam noemen de jongens de straatmuzikanten: oempa. Een groote vlieg, die bij *t vliegen veel lawaai maakt, noemen we wel 'ns ... Uit vrees voor een pak slaag vloog de kwajongen ... de trap af. Met 'n auto kun je in een uur best van A naar B ... He. die muggen kunnen zoo vervelend rond je ooren... Zoo'n ouwe krikkrak van 'n wagen heb ik nog nooit gezien 1 Ik ken verschillende vogels die den naam dragen van 't geluid, dat ze maken: de... en de ... en... Den 30«" April 1909 kondigde het bimbambeiezen der klokken de geboorte aan onzer beminde Prinses. Zoek er zelf nog eenige voorbeelden bij. Denk b.v. aan een fanfare of muziekuitvoering. 10. De eerste DoordezeendergeÜjkeondervmdingen.gaateen bepaald naampjes. woordje in het kinderlijke bewustzijn vastzitten aan een

voorstelling, en dat in hoe langer hoe meer gevallen. Maar die voorstellingen—hij weet het uit ondervinding — zijn slechts afbeeldingen der dingen en feiten rond hem heen en nu rijst een flauw bevroeden in den kleuter op, dat zoo alles een eigen naam heeft. En met een eerstvaag.lateraldoorduidelijkerbewustzijnenklaarder bedoeling, gaat bij trachten alle feiten en dingen te noemen bij hun naam. En dat is weer praten in den echten zin des woords. Keesjes moeder stelde hem, gelijk zij zelf zegt, heel heel dikwijls altijd dezelfde vraag: Waar is je neusje ? En dan wees hij, gelijk we gezien hebben, reeds in de 13de en 1 ^de maand, precies net ais moeder wou, naar z'n neus, eerst met zijn heele hand, later met z'n vingertje. Maar in de 15de maand kende hij dit spél zoo goed, dat hij, om moeder te believen, ook ongevraagd dikwijls naar z n neusje wees, en zeide neu ! soms ook nee / Men ziet, 't is aanvankelijk weer niets dan het vertoonen van een kunstje. Maar in dit kunstje schuilt toch reeds het begin der groote kunst van praten over de dingen met namen en toenamen. In de 17de maand gaf moeder hem baar portemonnaie, die een zijner ietwat oudere vriendjes altijd ras noemde. Keesje zei aanstonds met blijkbare ingenomenheid ras. En een week daarna wijst hij op moeders taschje en zegt verheugd tesj /Twee weken later zegt hij heel nauwkeurig: tasja. Maar hij verwart het kort daarna toch weer met een zonder verstaan nagezegden groet: da susjtar (dag zuster), dien hetzelfde vriendje hem geleerd had. Een paar dagen na resy ging Keesje met moeder wandelen: Ze kwamen voorbij een boeren-erf. Keesje wijst twee viervoeters aan en zegt zeifvergenoegd tot moeder: aapas, aapies. Hij bedoelde schaapjes, die hij in z'n prentenboek gezien had. 't Waren nu toevallig wel varkens! maar dat komt voorloopig zoo nauw niet.

De Roman van een klater. 3.

33

Sluiten