Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

,T i Keesjes vriendje, dat Jan heet, noemt bij nu vast/an, en

nis deTna^nTÏs". Dirk: D** CWfe' D'c/l- Zn °°? *an' n°emt ^

nis er naampjes. ^ (Jaajbfj steekt Keesje altijd z'n handen in de lucht;

want Oom Jan heeft dat ook dikwijls gedaan bij de kennismaking, en daarbij hoera! geroepen. En langzamerhand gaat moeder twijfelen, of iejah eigenlijk niet hoera l beteekent; want nu zegt hij het telkens als hij blij is, en de handjes in de lucht steekt van pret. Waarschijnlijk beteekent het: de heele vreugdescène van de kennismaking te samen. Een zelfde gebrüiksverschuiving toont het machtwoord ya. Het wordt hem een zoet woordje, waarmee hij zich troost, als hij ophoudt met huilen, zonder meer om het wagentje te dwingen. Ook dit woord beteekent dus blijkbaar: alle herinneringen samen, die hij van het rijen heeft; en hij gebruikt het naar gelang hethem te pas komt, ook voor elk onderdeel van dien geheugenschat. Ook pahr pappie en pap beteekent niet alleen meer: ik wil pap eten, maar alle soorten Van eten. Zoo noemt bij alle fruit nu peeh (peer). Kort daarop leert hij de druiven van peren onderscheiden en noemt ze duts of duith (met een lispelende Engelsche tb). Een kist en ook een stoof noemt hij rif, maar weldra Acts. Als alles gereed gemaakt wordt voor het middageten, zegt bij: era, soms ook pap era. Alleen bewuste klanknabootsing en napraterij.

17 n, Men ziet, na het dwingen met een imperatief is al heel

. e wee gauw het noemen met een naam opgekomen. En dit laatste eigen praat. wordt op den duur nog voornamer dan het eerste. Nu eenmaal zoo de beide wegen tot eigen praat, het dwingen en het noemen, door veel gebruik in z'n bewustzijn vast gebaand zijn, en daar een duidelijk spoor hebben ingegrift komen er in de laatste zes maanden van het tweede jaar bijna eiken dag eenige nieuwe woorden bij, nu eens langs den eenen, dan weer langs den anderen weg, en verreweg de meeste ... langs beide wegen samen. Hoe dat gaat? 13 Hoe beide ^e zaQea reeds, dat de moeder van Keesje, gelijk weaen on het- trouwens alle moeders doen, aan haar kind allerlei zelfde straatje vra9cn stelde, nog lang eer dat het praten kon. Van uitkomen. lieverlee begon de kleine hier althans in 't vage dit

van te verstaan, dat op zoo'n toespraak van moeder met stijgenden muzikalen toon, iets van hem verwacht werd: met z'n handje of z'n mondje (en we zagen reeds dat Keesje dan altijd maar da da dada brabbelde); maar dat, als moeder met daal toon sprak hij niets hoefde te doen. Met het vragen is moeder, gelijk we merkten, voortdurend verder gegaan, en al de vraagjes die we hebben vermeld, werden altijd uitgesproken: met een stijging van de toonhoogte op het einde. In het begin werd heel veel van wat het kind zei, ook zoo uitgesproken met een stijgtoon, maar soms ook wel eens niet, zonder dat een verschil van bedoeling bleek. Maar nu inden laatsten tijd, staat moeder meer dan eens verbaasd:

34

Sluiten