Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over ^dcJuistheid waarmee Keesje de versthillende intonaties nabootst. Zoo bij het groeten: daag, en bij den van een vriendje nagesproken groet • da softer (dag zuster); en zoo is er nu ook duidelijk verschil gekomen tusschen de dwingwoordjes en de namen. De meeste Imperatieven zegt hij met een stijgtoon; maar de namen met een daaltoon. En dat is heel begrijpelijk. Als hij van moeder iets verwacht, spreekt bij net als zij wanneer ze van hem iets verwacht Hoeft moeder niets voor hem te doen. maar wil hij haar eenvoudig zijn kunststukjes van namen-weten laten hooren, dan gaat hij met den toon omlaag. Net als moeder tegen hem. 14. Dat straatje J"0!,™t0e heeft ^ altijd z'n imperatieven ge-

is» de vraag. bruikt, om iets van moeder gedaan te krijgen. Maar •i , , nunemde namen van alles en nog wat gaan interesseeren,

wd bi) aanhoudend iets door haar gezegd hebben, en dat noemt de grammatica nu geen imperatief meer, maar een interrogatief of een vraag. Zoo loopen dus de beide wegen tot eigen praat ten slotte in elkaar uit Welnu de eerste vragen komen bij kinderen juist in dezen tijd los. als ze dus anderhalf jaar zijn. Ze voelen in hun geestelijke maag een knebelenden namenhonger. En nu wijzen ze het een na het ander aan - een boek, een stoel, een lepel; en roepen dan op vragenden. d.w.z. met muzikaal stijgenden toon: da? da? tzdaPKeesje vraagt altijd:dittePen herhaalt het zoolang, tot hd den naam van het aangewezen ding te hooren krijat Elke verstandige moeder geeft dan met groot geduld antwoord op al die vragen, soms een kleine honderd per dag. Want ééns een nieuwen naam hooren is voor het kind natuurlijk nog volstrekt met genoeg: om hem te onthouden. Tot tien. twintig keer toe wordt binnen een week soms telkens opnieuw naar den naam van eenzelfde ding gevraagd. Want er zit een wil achter dat vragen, en soms zulk een jeugdige ijver, dat hij tegen alle moeilijkheden is opgewassen; maar in zulke gunstige omstandigheden kent een kind dan ook. als het twee jaar oud wordt, reeds een drie a vierhonderdwoorden. OpmerkeÜjk is het dat deze eerste vraagperiode vooral optreedt bij kinderen, die alleen met groote menschen omgaan. Zijn er oudere broertjes of zusjes, waar het mee speelt, dan leert het de namen veel gemakkelijker van hen. En daarmee hangt dan ook samen, dat dikwnb op een bepaalden leeftijd de jongere broertjes of zusjes veel meer weten, dan het oudste tand op dien leeftijd wist

Heel dikwijls echter worden deze da- of iafa-vragen door moeder en de andere huisgenooten niet verstaan, en dus ook niet beantwoord. Ze Itt^Tla indJieb^^°etDithecftdan tengevolge natuurlijk, tZ Hu W£ei SP°fd',9 "** Z n. v™*** °Phottdt- daar h^t toch niets A 2°od°ende lcert 200 n dunnes in dien tijd dan ook veel minder dan een andere; en begint pas een jaar later: op 2'/rjBrigen leeftijd met vragen opnieuw. En als zulke ouders dan later Wagen da? hun tand

35

Sluiten