Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en wij b.v. bij elk bord dat s'middags op tafel stond, vroegen: datt»? en dat zij soms. nog wel meer dan zeven keeren telkens denzelfden naam had moeten herhalen. Keesje deed zulke vragen gewoonlijk maar twee of drie keer. Zoo b.v. wees bij z'n rechter voetje aan en vroeg dan dttta? Moeder antwoordde: voetje. Dan greep hij met z'n handje het linker voetje en vroeg opnieuw ditta? Moeder antwoordde dan: ook voetje. Een anderen keer wees hij op de straat een groepje mannen aan. Datta? Moeder zei: mannen: en na een oogenblik, toen er weer een paar voorbijkwamen, klonk het opnieuw: Datta?. En moeder zei weer: ook mannen. Nu zal men misschien de vraag stellen: 23 De ontdek. Maax noe komt 2°o'n kind ertoe, om telkens naar de king der soort- Pa™en van ^ stoelen. alle deuren, alle borden en z'n namen. beide voetjes te vragen? Wel door twee aanleidingen:

een van buiten, en één van binnen. Ten eerste heeft het meenen te merken: dat moeder al die dingen met denzelfden naam noemt; en ten tweede zijn de aanschouwelijke voorstellingen b.v. van de verschillende borden die op tafel staan, zoo volmaakt aan elkaar gelijk, dat het kind de voorstellingen van al die borden bij geen mogelijkheid tut eikaar kan houden, en die voorstellingen dus practisch in zn hoofdje reeds zijn samengevallen. Het geüjkende alleenbleef scherp afgeteekend en de kleine afwijkingen werden half weggedoezeld. Nu moeten we echter weer niet denken dat het kind hier dus al volbewust-abstracte of afgetrokken denkbeelden heeft gevormd. Die komen gelijk we in het volgende deeltje zien zullen, pas jaren later tot hun volle ontwikkeling maar een begin van abstractie is bier toch al aanwezig. Eerst zeide het kmd;ditta> toe/, en wees daarbij metz'n handje naar één bepaalden stoel. Het had dus van dien éénen stoel een enkel denkbeeld. Nu heeft het echter ondervonden, dat moeder niet alleen stoel zegt: als hij ditta (dezen stoel) aanwijst, maar ook bij datta (dien stoel) enz. Welnu, Keesje ziet nu aTvan het ditta of datta aan z'n aanschouwelijke voorstelling — wat hem bij stoel en bord b.v. heel gemakkelijk valt. omdat juist de afwijkingen van ditta en datta in z'n voorstelling reeds niet meer scherp omlijnd, maar doezelig en vaag waren geworden. Dat afzien nu van het ditta of datta aan een ding, en het bedoelen van het ding als ding is een eerste aftrekking ot een begin van abstractie. Zoodoende vereenigen zich dus de vroeger los van elkaar liggende vaste punten in het kinderlijk wereldbeeld tot aaneengesloten grootere lijnen. En aan die lijnen zullen nu de kort hierna verschijnende meervoudsvormen der substantieven beantwoorden Er komt zoo lijn en teekening in Keesjes wereldbeeld. Naast en tusschen <he innen bÜjven er echter sommige alleenstaande punten over die in geen enkele lijn vallen. En zoo komt het, dat voor het vervolg de kleuter nu praktisch onderscheid weet te maken: tusschen soortnaam en eigen-

41

Sluiten