Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de namen wil vragen, begint hij natuurlijk met op de dingen te wijzen, die hem het meest interesseeren, en pas daarna, als hij nu eenmaal aan 't vragen is, vraagt hij ook naar meer onverschillige dmgen. Welnu, zijn moeder merkte met verbazing op, dat hij altijd de twee, drie eerste dingen, waar hij naar vroeg ditta, en daarna alle volgende datta noemde. Zoo hebben wij dus gezien, dat aanvankelijk alle woorden en gebaren alleen gevoelens, of verlangens, of wilsbegeerten uitdrukken. Pas langzamerhand nemen zij daarbij ook: een meer verstandelijke constateerings-beteekenis aan. Maar de gevoels-beteekenis zal bij de meeste woorden nog heel lang de voornaamste blijven, en telkens weer van zelf op den voorgrond komen. LOOPEN! :-: door G. Jonckbloet :-: naar het Fransen.

In 't midden van 't vertrek: de kinderen aan 't spelen.

Hun schoone schitterlach klinkt op in twinklend kweelen,

Als leeuwriken in 't loof somwijlen doen.

Knus kroelen ze naasteen, drie blonde krullekoppen:

Schoon als het morgenlicht, dat straalt op lenteknoppen,

Frisch als een vogelnest in 't groen.

En langs het zacht tapijt, van bloemen rijk doorweven.

Waarover de oudre twee als dartle vlinders zweven,

Tjuikend en lokkend om den jongste te doen gaan:

Vleien zij hunne stem, zoo zacht alree, nog zachter;

Zus wenkt van voren wijl hem groote broer van achter

Stuwt met geluid en duwtjes aan.

Wel heeft de kleuter pret, blij bloeit de roosmond open

In lach, maar ook van angst; hij wil, maar durft niet loopen.

Bijt op zijn vingertjes, en werpt een blik naar Moe.

Maar hij helt achteruit als hij wil gaan naar voren I

„Toe maar!" roept zusje; „Kom vooruit 1" laat broertje hooren;

Maar-hij-weet-nog-niet- wat-of-hoe.

Hij aarzelt bang, en lacht en waggelt op zijn zooltjes

En stamelt binnensmonds weer brabbelende jooitjes!

— De knetterende haard zet hem in gloed van goud —•

Grootmoeders doffe blik slaat vonken, gluurt en luistert,

Vader en Moe zijn stil, slechts 't zoete popje fluistert

Ik weet met wat voor hef gekout

De kleine sidderlacht! Op eens lijkt hij besloten.

Daar waagt hij 't kloeke stuk, vol angst doch onverdroten,

Het kloppend hartje koost de kleine koontjes warm.

Eerst hinkend wankel zet hij voet voor voet wat verder.

Versnelt den pas; daar gaat-ie, harder en al harder 1

Tot waar hij valt onthutst In zusjes arm.

43

Sluiten