Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich geplant weet, strekt hij de armen uit kijkt rond, knotert (brabbelt) iets, dat hij niet zeggen kan. doet alsof hij iets beginnen wil... en plots, als bij een inval keert hij zich naar de zonnige vensters, strekt zich uit als een haan. die 't geradig (raadzaam) vindt den jongen dag te groeten, en kraait. Broer kraait luid op zijne vreugde uit en laat zich dan vallen van plezier.

AAN HANSJE EN FRANSJE. >: « :-: door Willen» Kloos.

O. MIJN GEDACHTEN. TRIPT NU LIEF EN ZOETJES.

ALS KLEINE KINDEREN OP BLOOTE VOETJES

EN SPEELT HOOG-OP EEN VROOLlJK FLUITEND LIED -

NU NAAST HET WILDE EN GOUDEN-LACHEND HANSJE

EEN NIEUW KLEIN KOPJE NAAR UW LUCHTIG DANSTE

EN GRACIELIJK BEWEGEN ZIET...

O. ZOO DIE WITTE EN EDEL-TEERE LEVENTJES

WISTEN WAT REZE* IN UW LIEDJES ZOO EVENTTES

AL LUSTPALEISJES IN DE LUCHT, HEEL HOOG

VOOR TWEE HEEL KLEINE EN HEELE MOOIE KONINKJES

TWEE ZACHT-GEKLEURDE EN HEL-DOORWAAIDEWONINKJES

WAAR NOOIT EEN GOUDEN HOOFDJE WEENEND BOOG

LIEVE GEDACHTEN MIJN, VALT THANS WAT BREEDER UIT

DAT AL GELUID OP GELUID HEERLIJK WEDERSTUIT

WEEST ALS EEN WIND VAN GELUID IN DE LUCHT-'

„KINDEREN ZIJN IN DER AARD-SMART KONINKRIJK'

„PRINSEN VAN VREUGDE EN VAN JEUGDSCHOON KONINKLIJK,

„MAKEND DER AARDE DROEFGEESTIGE WONING RIJK

„AAN LACH EN DANS EN MELODISCH GERUCHT"

PAPEGAAIEN-DEUNTJEN. * W :-: door E. J. Potgieter.

Wat lei ik toch een leven, Een eigen lied te zingen ?

Het prins jen van de buurt! Neen, Lorret jen

Mijn stok is bruin gewreven, Kaporretjen,

Mijn kooi is glad geschuurd, Kapoe, kapoe, kapoe

En ik kan klontjes krijgen, Is daar te snugger toe!

Voor 't praten en voor 't zwijgen. _

Ai! Lorret jen tt ken w« ""flus gelijken,

Kaporretjen, Die wand'len over straat

Kapoe, kapoe, kapoe, Die met een degen prijken,

Houd mij je bekjen toe! Die zitten in den raad;

Zij kregen 't beste hapjen, En zou ik mij dan storen Door krek te doen als Papjen:

Aan 't smalen van dien knaap, Een Lorretjen

Die steeds wat nieuws wil hooren, Kaporretjen, Die me uitscheldt voor een aap, Kapoe-kapoe-kapoe, En mij zoo graag zou dwingen. Waar past die al niet toe?

De Roman van een kleuter. .1.

49

Sluiten