Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de slaven dier verre tijden, zelfs niet de verzoeking kende tot ongehoorzaamheid, verzorgde de zuigelingen naar 's konings bevel, zoodat zij voorspoedig groeiden, in de zuivere lucht der eenzame bergen veilig voor besmetting van kinderziekten. Zij dronken de melk der geiten en aten een pap van broos gebak, dat de oude herder zelf bereidde in een grot achter de hut. Twee jaren gingen voorbij. Toen.... doch ik moet hier het verhaal van Herodotus even afbreken. Een jaar nadat Psammetichus zijn filologische proefkonijntjes aan den herder had overgegeven, kwam een uitheemsch reiziger dwalen te midden der ontzaglijke steilten en dorgeschroeide eenzaamheden van het gebergte. Hij klom van granietblok op granietblok; paden zag hij niet, doch hij volgde het spoor der geiten, rondomme speurend van telkens hooger toppen. En vaak rustte hij. Want hij was oud reeds en de gele kleur van zijn gelaat leek met de taning van den brand der zon, noch van de feite der winternachtstormen; het was de vaalheid van oude vetkaarsen, van vergoord pergament, van veel-ontrold papyrus. Hij ging gebogen, niet als een landbouwer, maar als een zoeker naar geestelijke dingen. Zijne rechterhand steunde op een staf; de linker hield een versleten tabbaard rond het middel vast; zij waren tenger en klem, met bleeke spitse vingers. Een grauwe baard ruigde neer over de teruggedoken borst In stoffige sandalen schuifelden zijn ongewasschen voeten. Hij kwam van zeer ver, over zee en over land, uit de Phrygische stad Cibyra, die hij nooit tevoren verlaten had. Doch een Egyptische slaaf had hem in zijn stille cel bezocht en hem den zegelring getoond van zijn jongeren broeder. De slaaf bracht wonderlijke tijdingen. In den oorlog, ter wille van Psammetichus tegen de elf andere koningen van Egypte gevoerd, was die broeder gesneuveld; maar zijn vrouw had kort daarna een dochtertje ter wereld gebracht dat in het koningspaleis te Memphis werd opgevoed. Daar had, voor vier jaren, de machtige Psammetichus haar gezien, toen zij op een avond van den hoogsten zuilengang over de grijs-dampige vlakten van het noorden zat te staren. Hij had haar tot zich genomen in de vertrekken zijner vrouwen, waar' zij door haar geest en schoonheid de uitverkorene des vorsten werd. Toen werd haar een kind geboren, dat echter onmiddellijk na de geboorte door den koning zeiven werd weggenomen. Eerst voor weinige maanden, na lange smeekingen, had Psammetichus haar het lot van hun kind verhaald. Hij had het gebracht met den zuigeling eener pachtersvrouw, naar de eenzame bergen waar de zon opkomt, om eenmaal van die kinderen een woord te hooren, met door menschenlippen voorgezegd, maar door de natuur zelve gefluisterd diep in hun diepste wezen.... het woord dat den koning openbaren zou welke de taal was van het oudste volk der aarde. De jonge vrouw die de taal harer ouders bleef liefhebben en tusschen de weelde harer zalen droomde van het nooit-aanschouwde vaderland, zij had nu haren trouwsten slaaf gezonden naar den broeder haars vaders, naar de verre stad Cibyra, waarvan een bleeke jeugdherinnering voortleefde uit oude vertellingen harer moeder. Want een groot denkbeeld was in haar opgestegen, dien nacht, toen de koning haar het doel van zijn kinderroof

58

Sluiten