Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bekend bad; zij wilde het volk waaruit zij was voortgekomen, verheerlijkt zien als het oudste der aarde, de Phrygische taal geroemd als de eerste die door menschenmond gesproken was 1 Nu had zij den slaaf gezonden tot haar vaders broeder, opdat deze, indien hij nog onder de levenden werd gevonden, het trotsche doch verraderlijke plan volvoeren mocht Hij moest de zee oversteken en in het gebergte oostwaarts van den Nijl de eenzame herdershut zoeken, waar de twee kinderen van de talen der menschen waren afgesloten; hij moest hen in stilte zien te bereiken en vóórzeggen een Phrygisch woord, dat zij zouden leeren stamelen als een eerste groet en bede tot hunnen hoeder en tot den Koning Psammetichus. Zoo was, op dien roep uit een ver land, uit het hart eener jonge vrouw die hij nooit gezien had, de grijsaard heengegaan; met vochtige oogen had hij het vertrekje gesloten, waar hij een halve eeuw te midden van geleerde schrifturen werelden van schoonheid en kennis en wijsheid doorzwierf. De stem van zijn bloed dreef hem, de róem van zijn volk, de trots van zijn landstaal. Hij zat neder op een steen aan den rand der steilte en zijne oogen zochten een bron, want het dorstte hem fel na het urenlang moeizaam stijgen in de hitte der schaduwlooze hellingen. Maar hij zag geen groen van vochtige weiden, geen wuivende boomkruinen; alleen grijze netels en verdorde halmen waren gesproten uit de sobere aardlaag die hier en daai het gesteente dekte. Toen hoorde hij, ver weg, de klokjes van kudden en zag hoogerop de geitjes grazen aan de schrale spruiten. Hoopvol ging hij voort, begeerend de melk der dieren te drinken. Opeens, aan den voet van een loodrechten holenrijken wand, ontwaarde hij een herdershut En hij peinsde: indien het daar mocht zijn i Waar anders!.... Want hier had hij het eerste leven gevonden na dagen zwervens in die doodsche wildernis.... De vermolmde deur viel open onderden druk zijner bevende hand; echter, verblind van den schroeienden gloed der dorre gesteenten, zag bij niets dan duisternis daarbinnen. Hij luisterde. Buiten, in de stralende hitte, zongen de verre klokjes der kudden; doch uit een hoek der donkere stulp klaagde een bang kindergeluid. De grijze Phrygiër trad terug. Hij vreesde ontdekt te worden door den herder; heimelijk, met schroomvolle voorzichtigheid, moest hij het fiere plan zijner nicht tot een daad maken, hij, die slechts de daden der gedachten en van het peinzende leven kende. Hij moest den hoeder dier kinderen bespieden, de uren ontdekken dat hij de kudden uitdreef en weerbracht, om dan ongestoord tot de kleine wezens te kunnen gaan en hun het eerste woord eener menschentaal te leeren spreken,

In een enge hoog-gelegen grot verborg hij zich. Hij lokte een geitje en laafde zich met de melk; hij at het harde brood dat hij uit het laatste dorp. aan den rand der woestijn, met zich genomen had. En drie dagen bleef hij Amr, beglurend uit de duisternis der rots de bezigheden van den eenzamen herder. Nu wist hij dat van den morgen tot den avond de toegang tot de hut veilig was. Dien vierden dag verliet hij de schaduw zijner grot en betrad tastend het vertrek waar hij de vage kinderklanken gehoord had. Zijne handen sidderden nog;

59

Sluiten