Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

want hij ging bedriegen den machtigen alleenheerscher van Egypte. Hij hield den kinderen brood voor, met gedroogde zoete vruchten belegd; en toen zij er naar grepen met de kleine handjes en hij de trekken zijns lang-verloren broeders meende weer te vinden in het edele gelaat van den teedersten der twee, toen kwamen er tranen in de oogen van den grauwen vereenzaamden kamergeleerde. Met zachte stem sprak hij nu een woord, het eerste dat de ooren dezer kinderen vernamen: „Bekós". En hij herhaalde, wijzend op het brood: „Bekos, bekós". Zij zwegen, doch staarden bem vragend met verwonderde oogen aan. En dagen achtereen, vele weken, ging hij in den namiddag tot hen en sprak hetzelfde woord, altijd dat eene woord. Zij trachten onbeholpen nog en stuurloos van tong, het na te stamelen, zoodra de oude man de zoete lekkernij uit de wijde plooien van zijn tabbaard te voorschijn zocht. In die stil-doorpeinsde dagen werden het uren waarnaar hij al sterker verlangde, over zijn vergeeld gelaat ging een glimlach om de blijde gebaren en de zonderlinge kreten der kleinen. En de naderende stonde van afscheid bedroefde hem. Doch de laatste dag kwam, want hij vermoedde dat zij weldra ook den herder het vreemde woord zouden toeroepen en dat deze het den koning zou gaan melden. De Phrygische geleerde kuste voor het eerst zijns levens een kindergelaat en voor het eerst ook streelden kinderhanden den grauwen ongekamden baard. Toen daalde hij voorzichtig over de losse gesteenten noordwaarts, in de richting van de groote steden der vlakte

Twee jaren dan waren voorbijgegaan — aldus vervolgt hier weder Herodotus zijn verhaal — sinds de eenzame herder de kinderen uit 's konings handen ontving. Toen, op een morgen dat bij de deur der schuur openstiet, kropen de kinderen hem tegemoet over hun stroo en de kleine armpjes strekkend riepen zij: „Bekós!" Hij gaf geen acht op deze klanken, daar hij ze niet begreep. Maar toen vele ochtenden achtereen zij hem begroetten met hetzelfde geluid, ging hij den koning waarschuwen, die hem gebood de kinderen tot hem te brengen. Nu hoorde Psammetichus met eigen ooren het zonderlinge woord. Hij het uit de havensteden van den Nijlmond koopheden van vele vreemde landstreken naar het paleis ontbieden en vroeg hen naar den zin dier kinderlijke klanken. Eindelijk deelde een Phrygisch reiziger, een oud gebogen man, in valen tabbaard gehuld, hem mede dat het woord „bekos" in de taal zijns lands het brood aanduidde. En Lydische zeevaarders van koning Gyges bevestigden dit Door deze ervaring bevredigd in zijn filologisch onderzoek, het koning Psammetichus aan zijn vrouwen en aan al zijn Egyptenaren, aan de priesters, aan de krijgslieden, aan de handwerkers en kooplieden, aan de schippers van den Nijl, aan de landbouwers en veehoeders bekend maken, dat het Phrygische volk het oudste der aarde was. De schoonste en jongste der vrouwen sloeg dien avond met raadsel*achtigen glimlach haren arm om het hoofd van Psammetichus. En de grijze taalgeleerden van Alexandria roemden den grooten koning om zijne scherpzinnigheid in de vergelijkende taalwetenschap. Uit De dans des levens

60

Sluiten