Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ziende den schriklijken bos: neergolven van boven den beugel. 50 Dat ontlokte een glimlach van troost aan vader en moeder. Hektor, de schittrende, nam van zijn hoofd nu aanstonds den strijdhelm Zette hem neer op den grond, en hij blonk er in stralende vonkling Toen zijn hef kind kussend, en zacht met zijn handen het wiegend Sprak hij luidop zijn bede tot Zeus en de andere goden: 55 „Zeus en gij andere goden, laat toe dat dit hulpeloos wichtje „Worden mag eens, wat ik zelf was. voor Trojes rossenbedwingers „Laat het eens luiden van hem: Nog verre overtreft hij zijn vader l „Als hij van^t slagveld keert, een drager van Moedigen krijgsbuit: „Zegepralende held ten troost voor 't hart van zijn moeder". 60 Dit was zijn bee. En mee stopte hij t kindje z'n vrouw in haar armen Die het drukte zoo zacht aan 't geurende kleed van haar boezem Lachend met tranen in 'toog; en haar man zoo innig vol weemoed btreelde haar teeder de wang en zei toen van zelf weer nog eenmaal • „Arme. wees in je hart nou toch niet al te bekommerd! 65 „Tégen het lot zal géén mij neder doen dalen in Hades „Doch de schikking van boven, wat sterveling zou ze ontwijken! ..Rijke nog arme vermag het, van allen die mensch zijn geboren. „Doch keer thans naar huis en verzorg er je vrouwelijke plichten „Weefsel en spinrok; wijs er je wil aan de dienende maagden: 70 „Trouw hare taak te betrachten. De krijg eischt krachtige mannen, „Mij allereerst onder allen, die Troje hun vaderstad noemen". Toen hij dit had gezegd, nam Hektor zijn stralenden strijdhelm. Wriemlend van spichtige tressen. Zijn vrouw ging dralend paleiswaart. Dikwijls nog zag zij om, en telkens weer vloeiden haar tranen. 75 VOOR EEN BOOS JONGETJE j* ,: do^r Albertine Smulders. Zal Ik je heel mooie sprookjes vertellen?

□ Als je maar eventjes stil wilde zijn, r-\ Gaf ik je rozen en bonte kapellen.

Bramen nog warm van den zonneschijn.

Wil je niet mee: waar de vogeltjes fluiten,

□ Kevertjes gonzen door 't wuivende gras, n En met de zachtwitte schaapjes daarbuiten

Meedart'len of je een lammetje was?

Zal ik je traantjes weer weg moeten strijken?

□ Koppig klem ventje, dat dwingt om de maan.

Als je haar even dichtbij kon bekijken. O

Zou je ze stil in de lucht laten staan!

') Hades: de onderwereld.

63

Sluiten