Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIJFDE HOOFDSTUK. O □ □ HET DOORPRATEN.

De meest opvallende eigenaardigheid van kleuterpraat nlets° dlan^ z^nT *s' *^a* a^c zulnen slechts "1* één woord bestaan. Telkens netjes van één Degmt net kind te praten, en telkens is het meteen ook woord. uitgepraat. Waar ligt dat aan? Weer aan dezelfde

twee redenen, waarom het in het begin heelemaal niet praten kon: 1° In het bewustzijn van het kind is nog maar heel weinig plaats, er kan weinig tegelijk in, en zoodoende heeft het ook altijd maar een heel klein beetje te zeggen; en 2° Het spreekorgaan is nog niet geoefend om meer van die moeilijke kunststukjes achter elkaar uit te voeren.

Juist als bij de klanken gaat ook hier de regelmatige constructies*—Ven on*w*"t"ce"ul9 van buiten naar binnen, en komt dan van

,„ ~ binnen weer naar buiten. Het begint met het hooren,

de perioden waar- . , , , v, ,

in ze rijp worden, daarop volgt net verstaan in net bewustzijn dan pas komt het innerlijk bedoelen, en eindelijk het uiterlijk zeggen met het spreekorgaan. Men moet dit in heel het volgend hoofdstuk aanhoudend voor oogen hebben. Ik kan er'dat niet eiken keer opnieuw bijzeggen. Eer dat een kind dus inderdaad door gaat praten, of meer woorden bijeen gaat voegen, moet het eerst in z'n bewustzijn plaats leeren maken voor meer gevoelens, bedoelingen of voorstellingen tegelijk. Nu, dat het hiertoe gelegenheid heeft, ja zoodra het er rijp voor is, daar letterlijk toe gedwongen wordt, daarvoor zorgen vader en moeder wel Want, hoewel ze trouw hun best doea, om zoolang het kind nog alleen met woordjes spreekt, ook in louter woordjes te antwoorden en te vragen; toch ontvallen, hun dikwijls ook grootere constructies van twee of drie woorden, en soms zelfs een heele zin. Een kind verstaat, in het algemeen gezegd, natuurlijk van vader en moeders praten geen enkel onderdeel of samenvatting van onderdeden, eer het kinderverstandje voor dat onderdeel of voor die samenvatting van onderdeden rijp is. En daarom juist kunnen we, al zijn ook al de kinderlijke taalvormen zoo goed als alle letterlijk van vader en moeder nagepraat, toch voor een oogenblik van dat voorbeeld afzien, om de volgorde na te gaan, waarin het kind die vormen leert nazeggen, en dus de rijpheidsperioden van alle verschillende vormen en constructies te bepalen. Dit zal ons een diep inzicht geven, niet alleen in den groei van den menschelijken geest, maar ook in den bouw van de verschillende taalconstructies, waar het ons juist om te doen is. Van zoo'n heden zin nu, die vader of moeder ontvalt, daar verstaan de kleuters in den beginne niets van, dan alleen het laatste woord. Maar evengoed als de kinderen op den duur geleerd hebben: een. woord van drie silben te verstaan, leeren ze langzamerhand altijd de drie laatste, en daarna de vier, vijf, laatste silben van een zin nog samen

64

Sluiten