Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kind was juist in den tijd, dat het pas plaats begon te krijgen voor twee aanschouwelijke voorstellingen in het enge torentje van zijn bewustzijn Daar hoorde het opeens het bekende gebrom van een auto, het keek naar afle kanten, maar het zag niets op den breeden weg. Toen wees moeder naar boven, het kindje keek omhoog, en daar zag het den eendekker statig heenstrijken als een groote vogel; en zich tegen moeder aandrukkend roept de kleine versteld uit: aato piep! (Die auto is een vogel) En toen hij thuis kwam, moest hij aan iedereen vertellen wat hij gezien had. Hu kon niet uitgebrabbeld komen, en wijzend met het vingertje naar boven, zei hij telkens opnieuw: aato piep, auto piep,

6. De beteekenis H*\ Pta^f meisje, waar Taine van verhaalt, kende van een zin. reeds a-büle (eigenl. ca brüle) als een woord voor puur;

en bij het verstoppertje spelen riep ze altijd coucou. Toen zi] nu op een avond de ontdekking deed. dat de vuurrood ondergaande zon acnfer de kimmen daalde, stond ze eerst een oogenblik stom van verbazing, en riep daarop, diep ademhalend, als in verrukking uit: abule coucon. Het groote vuur speelt verstoppertje. Dat zijn dus de eerste kmdervergehjkingen. in den trant der primitieve literatuur. Uwe ooaen zijn duiven, staat er in den bijbel; waar bedoeld wordt: Uwe oogen rijnzacht en aanminnig als een witte duif. En deze vergelijkingen zijn — omdat ze telkens uit twee namen bestaan - tevens de eerste tweeledige nominale zinnen, waarin we weer een onderwerp en een gezegde kunnen onderscheiden. De kacha was het ONDERWERP, waarover Keesje gezeod heeft dat het een fluitje was. en fuit is dus het GEZEGDE. De auto was het onderwerp, waarvan het Amsterdamsche meisje gezegd heeft, dat bii vloog en een vogel was, en daarom is piep weer het gezegde. A-büle het vuur was het onderwerp, waarvan het Fransche meisje gezeqd heeft' dat het zich verstopte, en coucou was dus hetgezegde. Wij moeten nu de beteekenis van deze nieuwe verbindingen in Keesjes bewustzijn nog eens ■ l ?ad^rïekl,,ken' Want ze torenen toch voor hem nog volstrekt met hetzelfde als voor ons. Het eenige. wat bij hem begint wakker te worden, is de constateering: dat soms twee heel verschillende bedoelinaen meens samensmelten in één enkele bedoeling, en hij redt zich uit die vreemdigneid,door dan maar in één adem alle twee de woorden uit te spreken, die aan die verschillende bedoelingen vast zitten: m.a.w. het praktisch 2efej£1f ^^s^1^, H°e dit in z'n werk gaat en zich verder ontwikkelt zullen wij het best begrijpen als we die innerlijke voorstellinoen en hunne onderlinge groepeering met spelende kinderen vergelijken.

7. De beteekenis "et bewustzijn van Keesje is als een klein venstertje, dat van een zelfstan- mtdet °P °* speelplaats van een lagere school. Door dig naamwoord. dat smalle venstertje ziet Keesje daar een jongen staan

alleen, t Is een ouwe bekende van hem. (Fig. 5).

67

Sluiten