Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorbijgaan dit of dat aan 't doen was. Daarom moet het zinwoordtijdperk dus aan het substantief-tijdperk voorafgaan, maar kan het werkwoord-tijdperk pas opkomen daarna. Ik herinner hier nog eens aan de bovengegeven verklaring, dat met zoo'n tijdperk bedoeld wordt- de maanden, waarin het kinderverstand rijp wordt: een bepaalde vorm of constructie uit de taal van vader en moeder te verstaan en over te nemen en waarin het die dan natuurlijk ook overvoedig gebruikt

21. Aktief en pas- We zagen dus, dat de werkwoordshandeling nu reeds sief bij den infini- m verband wordt gebracht met een persoons- ofdingtiefnog niet onder- aaam; maar 01 die persoon of dat ding nu zoo'n hanscheiden. deling lijdelijk ondergaat of handelend uitvoert, of, om

. , ., . tot ons voorbeeld terug te keeren. moeder geslapen wordt of zelf slaat, met zoo n fijn onderscheid kan Keesje zich nu nog niet bemoeien, en daarom geeft hij aan de beide zinnetjes: moena chüva (moeder «tojft) en moena chaan (ik ga moeder slaan) nog juist denzelfden vorm Andere voorbedden van een beetje later zijn :.Ptefpoefsa (Piet poetst) en tussa poetsa (ik ga het kussen poetsen). En tegenover moena chaan komt spoedig daarna Kees chaan (ik ga slaan). In al deze gevallen zijn moena. Piet, tussa en Kees het nominale onderwerp, d.w.z. een blijvende oude bekende; waarvan bij zegt, dat er iets voorbijgaands mee gebeurt; en c/ilyra,cnaan,poersazijndustelkenshetwerkwoordeÜjkofverbalegeeegde.

22. Ook bij ons nog . "'V*? Y$ misscnien denken: boven zoo'n priminiet in de „bekoop- tieve uitdrukkingswijze, die nog niet eens onderscheid te zinnen". maakt tusschen passief en actief, staan wij al torenhoog

verheven. Maar dan zouen we ons toch leelijk ver• ft3*?-' c de 9ro°te-menschentaal gebruikt deze verbinding van mflnitief en substantief nog aanhoudend, in de zoogenaamde beknopte bijzinnen, zoowd met actieve als passieve beteekenis: moeder liet Piet eerst eten. Ik zag aanstonds vader zitten. Jij zag ons Jantje toch vallen, waarom hep ,e er niet naar toe? Hij voelde z'n hand beven. Ik heb daar een huts staan. Hoor je de klok slaan? die alle min of meer actief zijn. Maar even goed Nederlandsen zijn de volgende eigenlijk passieve ftTJn' Pf.^8^ ü«t eerst de/es opzegen, en toen de thema maken. Ik heb dat kmd nog zien doopen. Hoorde je daar niet het Wilhelmus «ngen? of ,e dat vodt: een kies trekken! Juist op dit dubbde gebruik berust nu ook het bekende raadsel: Welk kind kan z'n vader zien doopen? Ue opgever beoogt natuurhjk. dat men dit zinnetje passief zal opvatten:

Sl ï kh W1fi tOC^ Z'n Xader a*10^ werd' 01 is een hed ™£ Maar dan valt het den 'snuggeren oplosser ineens in.

dat het ook actief kan bedoeld wezen, en antwoordt hij snedig: niks aan! het kmd van den dominee natuurhjk. Feitelijk zijn dus al die voorbeelden noch passief, noch actief bedodd. We denken die handeling in verband

77

Sluiten