Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZESDE HOOFDSTUK. VAN GEVOELEN NAAR BEDOELEN.

1. De bepaling. Wij zagen dus in het vorig hoofdstuk hoe in drie

maanden tijds de hoofddeelen van den enkelvoudigen zin voor den dag zijn gekomen: het onderwerp, het gezegde, en het voorwerp. Het eenige wat nog ontbreekt zijn de bepalingen. Deze verschijnen nu in de laatste drie maanden van Keesjes tweede levensjaar. Maar waar komen die bepalingen nu vandaan? Ja, dat is een heele interessante geschiedenis, die we van meet af aan zullen vertellen. Daartoe moeten we echter even terug naar Keesjes allereerste woorden: dé interjecties of gevoelsuitroepjes van bijna een jaar geleden. Denk maar aan Broer.

2. Toestandsgevoe- In net De9m van net derde Hoofdstuk zagen we toch, lens en overgangs- ^ Keesjes gevoelentjens in twee soorten werden gevoelens. onderscheiden: 1. de langer of korter durende gevoels-

toestanden van wel of wee, van middelpuntzoekende begeerte of middelpuntvliedenden afkeer. 2. de min of meer plotselinge overgangsgevoelentjes bij verrassing of teleurstelling, en bij plotselinge uiterlijke bewegingen of veranderingen.

3 Bijvoeqeliike en ^u ^ sedertdien gezien hebben, welk onderscheid bijwoordelijke be- Keesje nu langzamerhand is gaan maken tusschen zelfpalingen. standige naamwoorden en werkwoorden, kunnen wij

al wel begrijpen, dat het verschil tusschen de beide soorten van toestandsgevoelens en overgangsgevoelens, eigenlijk al een eerste stap was in dezelfde richting. Nu hij echter aan het onderscheid tusschen substantiva en verba als het ware een leidraad of een gids heeft, om op dezen weg verder te komen, zullen we spoedig weer een heele reeks nieuwe ontdekkingen van hem te verhalen hebben. De interjecties voor toestandsgevoelens gaan zich nu toch ontwikkelen tot substantief-bepalingen of bijvoegelijke naamwoorden, de interjecties voor overgang-gevoelens zullen gaandeweg veranderen in werkwoordsbepalingen of bijwoorden. Zeker, we zullen overgangen ontmoeten tusschen beide, maar in hun geheel vormen ze twee scherp onderscheiden reeksen met volkomen parallelle ontwikkeling.

•4 Vieze dineren schijnt misschien al heel vreemd, en toch... 't komt altijd vies. 200 allemaal van zelf. Keesje blijft zich toch vrij wel

gelijk in de waardeering der meeste dingen, die hij dagelijks rond hem gewaar wordt. Wat hij eens O /of lekker vindt, vindt hij telkens opnieuw lekker, en op den duur altijd lekker. Wat hij eens bah of pies vindt, begint hij vast als iets vies te beschouwen. 5. Gevoelsuitroep ? n vtoe9at6 middelpuntvliedende interjectie op eenalleen, jarigen leeftijd was iesj geweest, waarbij moeder opteekende, dat hij hiermee bah bedoelde,en de klanken

90

Sluiten