Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tegelijk in z'n bewustzijn kwamen. Vandaar is auw interjectie gebleven, maar soera adjectief geworden. Daarom dan ook worden de adjectiva en substantiva nu samen nomina of naamwoorden genoemd, die dan onderverdeeld worden in zelfstandige en bijvoegelijke. Beide toch zijn door het bekendheidsgevoel heel karakteristiekvan de werkwoorden onderscheiden. Ook constateeren we hier weer, dat sommige dezer adjectieven het eerst onverbogen, andere aanstonds verbogen voorkwamen (fies tegenover fieta en moois) maar weldra komen ook hier weer de beide soorten naar elkaar toe, en komt naast fies: fieza en naast mooia: mooi. OEFENING 'n de groote-menschentaal zijn er nog allerlei adjectieven

* die geen eigenschap van het genoemde ding bedoelen, maar een gevoel, dat de spreker of schrijver in zich voelt opkomen naar aanleiding van het genoemde ding. Ook voor groote menschen beteekent: zoete lieve jongen, tot een kind gezegd niet: wat ben jij braaf, wat heb je toch lieve, voorkomende manieren, maar eenvoudig weg: ik hou van je. Die dekselsche jongen beteekent niet dat die jongen de eigenschap heeft: dekselsch te zijn, maar: die jongen maakt me altijd ongeduldig. Arm kind! beteekent gewoonlijk niet, dat zoo'n schaap geen geld heeft om eten te koopen, maar dat spreker er medelijden mee heeft Vul zoo eens in:

Heerlijke tijd! beteekent niet dat maar dat

Een fijne boel! ., „ „

Stoute vlieg! „ „ „ „

Ondeugend beest I „ „ „

Een miserabele geschiedenis! „ „ , „

Ongelukkig schaap! „ „ „ <

Piramidale pret! „ „ „ „ „

'n Kolossale spin! „ „ , „

'n Magnifieke vergissing! „ „ „ , „

Afschuwelijk weer vandaag. „ „ „ , ,

Die ellendige kerel! „ „ , ■

Die weergaasche vent! „ „ „ „ ,

't Is wit tusschen hen. „ ,, , , „

Alles maar blauw blauw laten. „ „ , „ „

Je ziet het zoo zwart in. „ „ , ,

Twee blauwe nieten. „ » „ •

Iemand aan z'n groene zijde plaatsen. „ „ „ „ ,

Iemand groen op het lijf vallen. „ „ „ „

De gele nijd. „ „ „

Grauw is alle theorie. „ „ „ „

De grauwe verveling. „ „ „ „ ,

Hij maakt het al te bont „ „ , „ „

Verklaar zoo ook de beteekenis der volgende uitdrukkingen: een harde tijd —•

92

Sluiten