Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een harde waarheid — een zachte troost — een scherp verwijt — iemand vierkant de waarheid zeggen — een gladde vogel — een zware ziekte — gewichtige lid — een warm onthaal — een vurige bede — een heet gevecht — op heeter daad betrapt — een koele ontvangst — een droge Piet — muffe ideetjes — duffe boekenwijsheid — een kruidig gezegde — zoete herinneringen — -oete praatjes — een bitter verwijt — iemand het leven zuur maken — gezouten scherts — flauwe uitvluchten — een dunne redenatie — dikke vrinden — het niet breed hebben — krasse middelen (kras = dik).

Wat later, maar toch nog voor het einde van het tweede jaar, komt ook bij één infinitief althans een gevoelsattribuut voor. Ehhag pera (gezellig spelen). En dat is heel begrijpelijk, daar we in het vorig hoofdstuk al gezien hebben, dat de infinitief min of meer tot de nomina begon te naderen, terwijl de persoonsvorm er zich hoe langer hoe meer van verwijdert.

8. Beteekenis der ^ deze attributen zijn dus volstrekt geen woorden voor bijvoeglijke naam- aansch°uwehjkevoorstelhngen,maar voor de gevoelens woorden. die het kind telkens opnieuw ondervindt, als het aan

bepaalde dingen of feiten denkt. Het kind toch ziet de dagelijksche dingen, waar het voortdurend mee bezig is, als het ware in een bepaalde gevoelskleur: Al wat nat is,-staat in Keesjes verbeelding in een somber, fletsgrauwe tint als onweerslucht, maar moena, /a/a. oda, koora en pera in blij roze licht als morgenrood. Zulk een attribuut + substantief of infinitief kunnen we ons dus voorstellen als een langzame of watiet vluggere jongen, die staat voor het raampje van Keesjes bewustzijn. Maar als die eene jongen (b.v. fieza peg) er staat, hangt er over hem altijd een grauwe onweerswolk, en als die andere jongen (b.v. ekka kooraa) er komt. is er altijd om hem: een mooie rozige stralenkrans (Fig. 12 en 13).

Aanvankelijk vergt — ik zeidehet reeds—juist die rooskleurige krans of de grauwe wolk van gevoel al de aandacht. Maar er is niets wat zoo gauw afstompt, als kleine menschelijke gevoelentjes, die geen nieuw voedsel krijgen. Worden ze vaak achter elkander in juist dezelfde omstandigheden verwekt, dan zijn het weldra geen gevoelens meer, maar zwakke herinneringen aan vroegere gevoelens, en we BEDOELEN er flauwtjes mee wat we vroeger GEVOELD hebben. We zouden dat een kristallizeering willen noemen. Ook Boutens zingt van „verkristallijnd verdriet".

9. Substantief -4- **** substantief trekt dus weer de meeste aandacht op attribuut. z»<&»enhetgevoelswoordkomternualstoegiftachter. En

in plaats van soera moena, lieva moedar, lief duif ja komt er: moedartiefen Noottja Hef van zijn kinderlippen. Evenzoo gaat het met zusja lief.Jantja hef, faja zoet enz. In de groote-menschentaal komt zoo nog voor: God Almachtig. Zijn liefde groot. enz. Uit het Fransch is vertaald: Staten Generaal.

93

Sluiten