Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

10. Persoonsvorm Met zoo'n zwak gevoelent je wordt nu ook de persoons-f- attribuut. vorm van een hulpwerkwoord verbonden, net als we

vroeger zagen dat ook infinitieven met zoo'n persoonsvorm gecombineerd werden, Naar het voorbeeld van doer daaia (hij doet draaien), zegt Keesje nu als hij zich stoot: roer seer, toet a beef/a seer, en als moeder dan de pijnlijke plaats met vaseline insmeert: toe goet. Zelfs verschijnt in zulke zinnetjes spoedig nog een uitdrukkelijk genoemd onderwerp : da chaa choet (dat gaat goed).

v A~*i Maar nu gebeurt het ook wel eens, dat het een of ander,

11. Verandering jat y^^g^ altijd een prettigen, rozigen indruk maakte, van gev . ^ gegeven oogenblik een onprettig, grauw, ja pijnlijk gevoel verwekt. We zagen al zoo'n voorbeeld in fieza moena, toen moeder een natte schort aanhad, maar toen was de nieuwe attribuut-constructie juist in haar opkomst, en was dus elk voorbeeldje, waarop dat nieuwe kunstje kon toegepast worden, al van zelf voorbeschikt, om ook zoo te worden behandeld. Maar nu deze nieuwe zegswijze eenmaal is ingeburgerd, beginnen ook weer oudere zinswendingen hun aantrekkingskracht uitte oefenen. Juist zoo'n verandering van gevoelstoon bij een oude bekende maakt toch niet alleen indruk op z'n gevoel, maar ook op zijn verstandelijke aandacht. Keesje vindt zoo iets heel vreemd, dat maakt z'n weetgierigheid gaande, het als de veranderingen en bewegingen van uiterlijke dingen. Hij begint dan dus met z'n gevoelswoorden: iets te bedoelen buiten hem, iets te constateeren. Maar zulke constateeringen heeft bij leeren uitdrukken door de verbinding onderwerp + gezegde; en nu voelt hij instinctmatig dat deze verbinding ook het meest geschikt is, om zoo'n veranderde innerlijke ervaring onder woorden te brengen.

11 o K- * tiet bedje is gewoonlijk heel zacht en goed, maar toen d" ,e°t e° Keesje het per ongeluk nog eens voor potje-bah gebruikt had, hoorden we hem reeds zeggen: bed nat. Moena, Ooma, en Oopa zijn anders wel zoet, maar op een gegeven oogenblik, als Keesje stout is, moet hij tot z'n ontgoocheling constateeren: moena kaad, ooma kaad, oopa kaad. En weldra komen de beide gevallen nu in formeele tegenstelling naast elkaar, vlak achter elkander: touta mug (want muggen zijn altijd stout) en moena tout (dat gebeurt slechts bij uitzondering). Kort daarop gaat hij op denzelfden dag weer verder, en verklaart van moeder en Keesje, als ze beiden op hun Paaschbest zijn aangekleed: moena nesja. Kees nesja (moeder netjes, Kees netjes). En toen hij kort daarna op z'n gezichtje was gevallen, klaagde hij: neusja pijn, ippa pijn (neusje pijn, lipje pijn). Dat pijn bij kinderen altijd als adjectief wordt opgevat, zullen wij later nog leeren. Deze beide gevallen toura mug en moena tout (moeder is stout) hebben nu elk een eigen naam in de grammatica. Touta in het eerste voorbeeld is een attributief, tour in het tweede is een praedi-

94

Sluiten