Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

catief, omdat het als praedicaat of gezegde dienst doet. Het attributief staat meestal voorop en wordt dan ook verbogen of heeft meestal een stomme e tot uitgang. Het adjectief als praedicaat staat altijd achterop en wordt nooit verbogen.

13. Maar praedi- ^ deze praedicatieven hebben ook hier dus nog caat met gevoels- wcl gevoels-beteekenis, maar zijn toch eigenlijk geen beteekenis. gevoels-uitroepen meer. Het warme gevoel dat alleen • . , uitrocPjes doct» en slechts heetgebakerde zuchtjes en juicbkreetjes slaakt, is hier aan het verflauwen, door de vermenging met de koele konstateering in Keesjes bewustzijn. Welnu, tusschen deze verdere ontwikkeling der gevoelswoordjes voor wel en wee, en den nu volgenden geslachtsboom der woordjes voor overgangsgevoelens bestaat er een volmaakte overeenstemming.

14. Toekomstige Tot V°°r kort ziip de overgangsgevoelentjes gebleven praeposities en w!f ze waren. Er kwamen er zelfs nog nieuwe bij, vooral bijwoorden. Zlukc ui*en op het boven op blz. 30 vermelde obba:

j ai v VOOr dcn d»üzelenden overgang van omhoog geheven worden, Als Keesjes vader hem op z'n schouder zet, roept Keesje sinds eenigen tijd: oep / (nagezegd van op!). Vooral het uit-bedügehaald-worden is voor Keesje een indrukwekkende overgang. Dien indruk begon hij nu in de laatste maanden van z'n tweede levensjaar weer te geven met den uitroep , oif/ waarschijnhjk nagepraat naar de laatste silbe van moeders

l!t ,C ^Uit? Kom >c taatl Maar ^pt ook uit!ah bij een lucüer uitblaast. Den overgang van het rustige zitten op z'n hoog stoeltje naa.r,.h^ «krtel spel op den grond, drukt hij uit met: af! (naar: Wil je erai/jMaar ook alsiets hem tegenvalt, roept bij: af! Eerst vroeg hij eens na het eten: appaw. Die kreeg hij. Toen: pee (peer). Ook daarvan kreeg hij een stukje. Toen vroeg hij. het bleef hem dien middag smaken: pap era ' Maar moeder vond. dat hij al volop gegeten had, en zei: nee. die krijg je niet meer. En toen was z'n teleurgesteld antwoord een kort af! Zoo ook zegt hij: weg, als moeder het een of ander opbergt, en da (daar of dat) als iets hem plotsebng onder de oogen komt. Den overgang van rust tot haast drukt hij uit door chou (gauw) of daaka, daaak (dadeüjk), het opengaan van een aanlokkelijk vooruitzicht door mocha (morgen) en rafs (straks); elke voorbijgaande verandering van bezigheid door efa (even), den bevrijdenden overgang van spanning naar rust met: jfcaa (ldaar). Den overgang van gedwongen verveling tot eigenmachtige bevrijding met eAto (genoeg), of ansa (anders). Maa (maar), toch en noa. komen uit zijn mondje bij iederen plotselingen overgang, die z'n verwondering of z'n ongeduld gaande maakt.

15. Toekomstige In die zelfde dagen begon hij het woordje ooJfc te voegwoorden. gebruiken. Als Keesje toch. gelijk we vroeger zagen,

95

Sluiten