Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZEVENDE HOOFDSTUK. □ HET KINDERLIJKE DENKEN.

& Wat Keesje Eer **** we naar Keesjes derde levensjaar overgaan, eigenlijk bedoelt. m°eten we nu nog eens in het kort de heele ontwikkeling ji j t.i van nct ^ede jaar overzien. We zagen al meermalen: de kinderlijke praatkunst bestaat uit kunnen spreken en iets te zeaoen hebben. In onze vorige hoofdstukken hebben we nu vooral Keesjes spreekoeferungen en spelletjes gevolgd, en al hebben we daarbij telkens ook terloops de innerlijke ontwikkeling van Keesjes bewustzijn ter sprake gebracht: mi we het heele verloop kunnen overzien, rest ons toch noo eens afzonderlijk: den groei van wat Keesje innerlijk te zeggen had, wat nader te beschouwen.

2 De spelende hebben 81 dikwijls over Keesjes innerlijke voorstelkinderen daar- lm9en gesproken, en die zelfs met spelende kinderen verbinnen. geleken. We hebben het al vaak gehad over het raampje

van Keesjes bewustzijn. Dat is een heel vreemd dinq, en daar moeten we nu eindelijk eens wat klaars over te weten komen Ut wie zou het niet vreemd vinden, dat een raampje groeit! en langzamerhand hoe langer hoe grooter wordt, en Keesje er allanger hoe meer door zien kan? Bovendien ziet dat raampje uit op een binnenplaats met spelende kinderen en allerlei vreemde dieren, die daar leuke spelletjes uithalen, en op den duur zelfs heel halsbrekende toeren beginnen te waoen. Wat moet dat toch dgenlijk allemaal?

3. Keesje heeft ^f1 het vreemdste van al is. dat Keesje niet slechts naar daar iets over ™e sPelende kinderen kijkt, maar er ook iets over te te zeggen. zeggen schijnt te hebben en de spelers tot die hals-

ii .. brekende toeren dwingtl Want als hem het een of ander

spelletje goed beviel dan moesten alle kinderen, die hij voor z'nraampje kon knjgen. of ze wilden of niet. het een na bet ander: dat zelfde kunst e vertoonen. Denk maar aan de eerste groepen van drie: doer auto toeoe-oetl hoe toen de slaaf Doer telkens weer een nieuwen jongen bij z'n jasje moest pakken, en dan ook telkens een anderen knaap op z'n run moest laten springen. Dagen achtereen! We zien. Keesje regeert daar als een heele potentaat. Maar nieuwe geesteskinderen maken kan hij niet, en een bepaaldkind veranderen kan hij ook niet. 'tls vreemd! 'tis vreemd!

4. Wakker zijn f*n toch' ook wi* hebben allemaal zoo'n venstertje van en droomen. binnen in ons hoofd. Ook wij, als we met de oogen dicht,

zonderonstebewegenofietstehooren,stilmaarwakker onder de dekens liggen, zien daar met ons innerlijk oog: allerlei voorstellingen komen en gaan langs ons bewustzijn heen. Want de spelende kinderen zijn inwendige voorstellingen van allerlei dingen, die we vroeoer met onze uiterlijke oogen hebben aanschouwd, en waarvan het beeld,

117

Sluiten