Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan deze woordjes verbonden waren niets anders, dan het beeld van z'n eigen aanwijzend handje. Maar als hij met ditta en datta naar de namen vroeg, vroeg hij niet naar namen voor z n wijzend vingertje of handje, maar hij wilde de namen kennen van de aangewezen dingen, die hij zag en dan ook telkens met ditta en datta bedoelde. AANWIJZENDE DENKBEELDEN kunnen het dus zelfs zonder aanschouwelijke voorstellingen van het bedoelde ding stellen.

8 Enkele en al- ^m*t daarom ook interesseerde het hem, dat vele op gemeene denk- elkaar lijkende dingen denzelfden naam hadden, en beelden. begon hij toen elk ding van dezelfde soort aanwijzend,

telkens opnieuw naar den zelfden naam te vragen. Als wij thuis vroeger met bord onze eigen voorstelling van een bord bedoeld hadden, was al dat gevraag onnoodig geweest, daar wij van al de borden natuurhjk maar ééne voorstelling hadden. Maar juist wat onze vooistelling niet onderscheidde, ontdekte onze gedachte; juist omdat we met het woord bord, nu eens dtfra en dan weer datta bord bedoelden, viel het ons op: dat wij daarentegen met papa altijd denzelfden papa bedoelden; en kwamen wij er zoo achter: wat voor praktisch verschil er is tusschen soortnaam en eigennaam. De beteekenis van een eigennaam is een ENKEL DENKBEELD, dat wil zeggen: de bedoeling van een enkel ding, dat dus aangewezen kan worden met ditta of datta. De beteekenis van een soortnaam is een ALGEMEEN DENKBEELD, d.w.z. de bedoeling van een of meer gelijkende dingen, met er-van-afzien (abstractie), of we nu juist ditta of datta bedoelen. VgL hierboven blz. 41, nr. 23.

9 Eerste soort ge- E° ^ 5?t P"1^ doorleefde, dachtent de sa- swmtcrsbl)dekacheIvanOopa,toenontmoettenzeker menschikkingen. ^c twee aanschouwelijke vooratellingsbeelden van

kachel en fluitje elkaar voor het raampje van zijn bewustzijn, maar wat hij bedoelde met het zinnetje kacha fuita: was niet zoozeer dat die twee voorstellingen op elkaar toeschoten en elkaar vastpakten in zijn verbedding, maar dat die heusche kachel daar op dat oogenblik een soort fluitje was. Welnu, ELKE BEWUSTE VERBINDING VAN TWEE OF MEER DENKBEELDEN IS EEN GEDACHTE. Die innerlijke denkhandeling nu, waardoor Keesje een of meer eigenaardigheden (hier het fluiten) van een gedacht ding (het fluitje) toekent aan een ander gedacht ding (de kachel) noemen we nu een toekennend oordeel of samenschikking. De bedoeling is hier: de kachel IS een soort fluitje. En de tweeledige zin, uit onderwerp en gezegde bestaande, is de vertolking, de ver-tal-ing van zoo n oordeel in woorden van menschelijke taal. 10. Tweede soort De eerste soort van gedachtenis dus de uitdrukkelijke gedachten: de on- toekenning van het een aan het ander, m.a.w. de samenderschikkingen, schikking. Een tweede soort gedachten zijn de onder-

119

Sluiten