Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schikkingen: b.v. tata sinna (dada zingen), na huis gaan, uit-komen. ehhag pera (gezellig spelen), soera moena, moena kitta (moeders kindje) man te paard. Met zulk een onderschikkende gedachte bedoelen wij een uiterlijk ding of verschijnsel, waarin we twee afzonderlijke deelen onderscheiden, die ALS ONGELIJKEN aan elkaar vastzitten. En we ver-tal-en zoo'n onderschikkende gedachte: door de twee woorden voor die beide denkbeelden naast elkaar te zetten. Voorwerp en bepaling zijn dus broertje en zusje. Doordat we zoo twee afzonderlijke dingen als een ding of verschijnsel samenvatten, ligt hierin ook een stilzwijgende toekenning opgesloten, die echter niet uitdrukkehjk wordt bedoeld. Wel beamen we uitdrukkelijk de saamhoorigheid, het aan elkaar vastzitten.

Een derde soort gedachten zijn de nevenschikkingen dich^de^ev9^ b-v'faJ3en moen* (vader 01 moeder) Rika a Jan (Rika sch^Uddnaeru^*0" en ï311)* ^et ziuk ten nevcnscni^dng bedoelen we * eenvoudig twee dingen, die ALS GELIJKEN naast elkander staan, en waaraan we tegelijk denken, omdat de voorstellingen van die dingen om de een of andere reden in onze verbeelding altijd samen opduiken en verdwijnen. Hier is dus volstrekt geen toekenning of onderschikking meer. Toch ligt in het feit dat we die twee denkbeelden met hun voorstellingen in een gedachte vereenigen, een stilzwijgende saamhoorigheidsverklaring, die echter niet uitdrukkehjk wordt bedoeld. 12. Verschil rus- Er is dus tusschen voorstellen en denken, een hemelsschen gedachten breed verschil. Ten eerste: Voorstellingen hebben ook en verbeelding»- de dieren: paarden, papegaaien, honden, mieren en apen. voorstellingen. Maar denkgedachten heeft de mensch op aarde alleen. Voorstellingen zijn verder beelden van de dingen en gebeurtenissen, maar beelden, die zich zelf niet kennen. Weet een beeld of schilderij van de koningin dat het de koningin voorstelt? Immers neen. Zoo weet de voorstelling die een hond van z'n meester heeft, ook niet dat ze de voorstelling van den meester is. Maar denkbeelden zijn, als het ware, beelden die zich in ons bewust worden wat ze zijn. Als we denken, kijken wij inwendig naar de voorstelling, en zeggen dan in ons zelf: ja, inderdaad je lijkt sprekend op dat ding, en daarom bedoel ik met jou: jouzelf niet, maar het ding, waarvan je het beeld bent, net als wij met het portret van de koningin in de huiskamer, onze heusche Koningin Wilhelmina bedoelen. Ons bewustzijn zegt als het ware: Amen, ja, zoo is het, tot de voorstelling; en daarom wordt de gedachte ook wel eens de zelfbewuste be-aming van een voorstelling genoemd; maar bedoeling is voor eenvoudige gevallen nog duidelijker naam, omdat het behalve dat ja-zeggen tot het gelijkende beeld, de verhouding waarin het beeld tot het afgebeelde ding staat, nog uitdrukkelijker op den voorgrond brengt. Ook staan wij zelf, tegenover onze vooistellingen, als belangstellende toeschouwers, net

120

Sluiten