Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als Keesje voor z'n raampje. Maar tegenover de gedachte staan wij niet als toeschouwers, de gedachte dénken we zelf, maken we. ja, zijn we zelf. We kunnen ze niet losmaken van ons zelf. De gedachten hebben hun wortelen zoo diep in onzen menschelijken geest, dat onze innerlijke waarde, voor een groot deel. juist in de waarde onzer gedachten bestaat Voor onze voorstellingen op zich zelf zijn we niet aansprakelijk, maar wel voor onze gedachten. Bovendien het verloop der voorstellingen, aan zich zelf overgelaten, is louter lijdelijk of passief. Dat merken we zoo duidelijk in onze droomen. We kunnen niet droomen wat we willen. We droomen eigenlijk niet maar worden bedroomd. Droomen kost niets geen inspanning, daarom droomen luie jongens en meisjes ook zoo graag. Maar het verloop onzer gedachten is, binnen zekere grenzen, volstrekt afhankelijk van onze keuze. We denken handelend of actief. We kunnen nu eens hieraan, dan weer daaraan denken. Dientengevolge vraagt denken inspanning en moeite, en daarom zijn luie kinderen er bang van. En juist doordat onze gedachten nu min of meer vastzitten aan de voorstellingen, krijgen we door onze heerschappij over de gedachten zoo ook zijdelings eenig beheer over onze verbeelding. En hieruit begrijpen we nu pas. hoe Keesje over het spel der kinderen van z'n verbeelding toch iets te zeggen had. Daarmee hangt weer een ander onderscheid samen. Onze voorstellingen zijn nïets dan de opgestapelde en op elkaar afgedrukte indrukken, die wij door onze zintuigen van de buitenwereld hebben opgedaan. Zeker, door allerlei grillige samenkoppelingen, ontstaan er soms in onze droomen verbindingen, die ons in dien bedwelmden toestand als iets nieuws aandoen. Maar als we wakker waren, en ons geheugen sterk genoeg was, zouden wij: 1° zien. dat de combinatie aan elkaar hangt als droog zand. en als geheel dus niets is. en 2 voor alk onderdeden en détails aanstonds kunnen aanwijzen, aan welke vroegere waarnemingen ze waren ontleend. Zoodoende brengen onze voorstellingen, aan zich zelf overgelaten, noch in hun geheel, noch in hun onderdeden, ons iets nieuws in ons bewustzijn bij. 't Is alles te zamen niets dan een herkauwen en grillig dooreenkauwen der vroegere waarnemingen. De voorstellingen telen niet voort Maar met de gedachte is het heel iets anders. Die brengt weer nieuwe gedachten voort Die brengt nieuws in ons bewustzijn, evengoed en nog beter zelfs dan dewaarnemingen. Juist omdat we heer en meester zijn over onze gedachten, en zoo middellijk ook over onze voorstelhngen. kunnen wij de voorstellingen in onze verbeelding op allerlei wijze verbinden, en dan ja-zeggend tot zoo'n verbinu nHieen e nieuwe fledachte denken, die wij vroeger nooit te voren hadden bevroed, en die dan bedoelend voor de werkelijkheid een nieuwe waarheid ontdekken, waar we nooit van hadden gedroomd. In het kinderlijk denken van Keesje vinden we hiervan treffende voorbeelden. Zoo kwam Keesje reeds op anderhalf jarigen leeftijd tot de ontdekking dat

121

Sluiten