Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

pars ook voor andere schielijke bewegingen gaat bezigen. Is het nu soms weer toeval, dat hij juist in die dagen, al langer hoe meer werkwoorden, d. w. z. bewegingswoorden begon te gebruiken? Neen. Op de eerste ontdekking volgde een tweede: „Allerlei dingen schijnen er een eigen soort beweging op na te houden. Daar heb ik tot nu toe bijna nooit op gelet. Ik moet eens kijken wat voor bewegingen al mijn ouwe bekenden maken". Dat deed hij dan ook, en daarbij vangt hij dan nieuwe werkwoorden bij de vleet. Een wonderbare vischvangst. 4 n t • * ni Maar sinds Keesje aan al die aanschouwelijke voorstelz rinC van \êt un9en 200 CCQte denkbeelden is gaan verbinden; nu hij gevoeh * m'a"W- met d'e VOOrsteuingen en de woorden voor die voorstelhngen: de werkelijke dingen en bewegingen buiten hem is gaan bedoelen; nu begrijpen we ook veel beter: wat er spoedig daarna met z'n stemmingen en gevoelentjes zou gaan gebeuren. Ook zij kristallizeeren tot denkbeelden door de toevoeging van een bedoeling. Stemmingen en gevoelens zijn — we zagen het reeds — geen aanschouwelijke voorstelhngen, maar blijvende of voorbijgaande, zoowel lijdelijke als strevende gesteltenissen van ons ejgen ik. We vergeleken ze met rooskleurige of donkere grauwe wolken of den overgang tusschen beide. Maar ze hebben dit toch met de voorstelhngen gemeen, dat ze bijna geheel en al afhankelijk zijn van de buitenwereld. Als moena alles voor Keesje doet wat hem aangenaam is, dan komt z'n voorstelling van moeder hem in rozenkleuren voor den geest: soera moena. En als moena hem uit bed haalt, vindt hij dat een heerlijk overgangsgevoel. Bed uit! Sinds hij nu echter met z'n voorstellingen, doorz'n gedachten: de bestaande dingen is gaan bedoelen, wil hij onwillekeurig met die kleuren van het gevoel ook iets gaan bedoelen, en dat lukt nu heel goed. 15 D ontdekk' Daar juist het zoet-zijn een vaste eigenschap van moeder der eigenschappen is' 9aat dus mct ziïn Persoo,uijk soera-gevoel: een en plaatsbepalin- hoedanigheid van moeder bedoelen, die buiten zijn gen, persoontje werkelijkheid is. En zoo werd de gevoels-

uitroep soete! tot HOEDANIGHEIDSWOORD of adjektief, dat nu dus ook, als een zelfstandige bedoeling: gezegde kon worden van een onderwerp. Evenzoo ging het met uit. Aanvankelijk was het een loutere gevoelsuitroep bij den overgang van in het bedje liggen naar spelend aangekleed worden. Sinds nu echter bed niet louter meer een spelende droomvoorstelling in z'n verbeelding was, maar Keesje daarmee het heusche bedje was gaan bedoelen, waarin hij sliep, begon hij met dien gevoelsuitroep ook de werkelijke uiterlijke plaatsverandering te bedoelen, die de feitelijke oorzaak was van z'n innerhjk overgangsgevoel, en zoo werd die uitroep dus tot voorzetsel en bijwoord in uit bed en bed uit. En wat later werd deze heele PLAATSBEPALING als eenheid gevoeld.

123

Sluiten