Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wijden aan de dingen buiten hem. Hij is zelf toch weer niet alles meer. 22 Hij beqint zich 01 ttukhoudelijke voorwerpen hjken hem alle

aan andere dingen maflkfdi^ als hij, die er alleen wat vreemd bij staan; gelijk te willen 01 ™j doet 26 Qa: De poes staat zoo; (gaat wijdbeens maken. staan), de wekkakok (wekkerklok) staat zoo: (met

kromme knieën, en achteruitgebogen bovenlijf). Zoo doet de pan: (blaast zich de wangen op met stijf op elkaar geknepen lippen) Zijn ruig speelgoed-beertje valt gewoonlijk van de ronde zitting der stoelen af; dan zet hij het op tafel en zegt: beert/a wir rieva op tafa zitta, beert ja wir nie toer zitta (beertje wil liever op tafel zitten, beertje wil niet op den stoel zitten), 'k zar'n mooi huis bouwa zegt hij dan, en dan zegt 't beert ja .teektau (een vriendelijkheidsuiting, nagezegd van moeder, die tegen vader aan tafel, als de schotel bijna leeg is, wel eens schertsend in 't Engelsen zeide: take it all).

23. Vader als ^at ecQtcr net nieesf komisch aandoet, is, dat hij nu kindje behandeld langzamerhand vader en moeder tot kindjes bevordert, en hen als zoodanig behandelt. Dit komt vooral uit in z'n jaloezie op vader. Vader was met de mobilisatie van 1914 onder de wapenen geroepen, en toen was Keesje dus een heden tijd met moeder alleen geweest. Toen vader nu eindelijk weer met verlof thuis kwam, beschouwde Keesje hem ds een tweede kind van moeder, en was geducht jaloersch op alle attenties door moeder aan vader bewezen. Een nadere aanleiding was waarschijnlijk nog, dat vader ook Kees heet, zoodat Keesje zich zelf ook een tijdje met vaja zdf verwarde. Waar is Vader? vroeg moeder, en Keesje antwoordde op zich zelf wijzend: ditta faja En als ze hem dan later op hem zelf wijzend vroeg: Wie is dat? kreeg ze weer het lakonieke antwoord; ditta faja. Daarbij schoten vader en moeder dan aanvankelijk in den lach, maar dit heeft weer alleen ten gevolge, dat Keesje in het vervolg, telkens ds hij ditta faja geantwoord heeft, ook zelf van dolle pret begint te schateren. Dat die lach als uitlachen bedoeld had kunnen zijn, kwam in Keesje niet op. Toen vader echter weer geregeld 's avonds thuis was, kon deze verwarring geen stand houden, maar des te heftiger kwam toen de jaloerschheid los. Vader mag nooit met moeder alleen in de kamer zijn. i;ada mag niet... dit doen of dat doen, ligt hem op den mond bestorven, maar voord: vada mag moena nietkusjageva. Alleen als vader eens hed lid tegen hem geweest is, en Keesje dan eerst zelf een kusje van moeder heeft gehad, zegt bij soms goedig en getroost: t>ada mach moena kopja (kusje) geva. Maar vlak erop keert hij zich al om het niet te zien en roept gejaagd: nier te wang, niet te wang (niet te lang). En op andere oogenblikken hert het hed beslist: mach moena en vada niet met ma pata (niet stilletjes elkaar iets toefluisteren). Nu weten ze 't. en wee hun» als ze het weer wagen aan Zijne Majesteit te mishagen.

127

Sluiten