Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

24 Moeder als Maar ook moeder zelf wordt dikwijls heelemaal als een kindje behandeld, tweede Keesje behandeld en toegesproken. Vooreerst spreekt hij moeder aanhoudend met kind aan, maa kind (maar kind) o kind, zijn z'n meest geliefkoosde betuigingen van verbazing. Verder eigende hij zich een tijdje den naam toe, waarmee vader haar gewoonlijk noemt: Miet. <— Wie, is Miet? vroeg Moeder toen ze hem al eenige keeren dien naam in een vreemd verband had hooren gebruiken. Ditra Miet antwoordde hij, op zich zelf wijzend. Maar toen kwam vader ertusschen, die hem met duidelijke gebaren betoogde en zei: moene is Miet. Sedertdien spreekt bij soms van moena Miet of dafra Mier en wijst dan op moeder. We zien hier dus, dat hem, min of meer hardhandig, toch langzaam maar zeker, de rechten van vader en moeder, al is het dan pas op een eigen naam, tot het bewustzijn worden gebracht. En dat helpt toch weer wel een beetje, om hem langzaam maar zeker op het idee te brengen, nu van lieverlede maar eens van z'n hoog troontje naar omlaag te komen, en te beseffen dat hij een heel klein menschje is, en dat hij voorloopig van de groote menschen nog alles te leeren en te krijgen heeft. Maar op het oogenblik is moeder toch nog een kind als hij. Keesje had eens een pluisje in z'n oog gekregen. En moeder had het er zorgvuldig weer uitgehaald. Een tijdje later zegt hij opeens: Keesja puisja in da oog. Moena ook. Popja ook. Puisja uitara (uithalen). En nu wordt kwasi bij alle drie op de beurt het gedroomde pluisje eruit gehaald. Moena cheit, zegt hij, als moederontevreden kijft, omdat hij een bordje gebroken heeft. Op een keer struikelde moeder, gelijk Keesje zoo dikwijls doet. En wat zegt de kleine baas? Ja keek zeka achtar om moedalzajja't nie meet doen?'Eerhij voor een oogenblik uit de kamer gaat, voelt hij zich gedrongen, moeder eerst de les te lezen: .Zar ja efa zoet op Keesja wachtal Moeda zat ja nou niet chaan scheia as ak efa wech ga ? En bij z'n terugkomst betuigt hij hoogstdezelfs tevredenheid: noa bejja zoet gewees, nou heb ja niet cheit, wat moeder natuurhjk, met een lichte verandering, allemaal vroeger uitentreuren tot hem gezegd heeft, 's Morgens protesteerde hij altijd tegen vader, dis die in den spiegel keek om z'n haar te kammen. Moest moeder dan even weg, dan vroeg ze eerst: Keesje zal je nou niet zeuren, zal je nou tegen vader niet zeggen: je mag niet in den spiegel kijken? En warempel, eenige dagen daarna, krijgt moeder het bijna woordelijk terug. Keesje wil even van de slaapkamer gaan, maar komt eerst moeder aan de rokken trekken, en met het ernstigste gezicht van de wereld vragen: Moeda zat je nou nie zeuta? Zar ja nou zoet zijn ? Zar ja nou niet zegga :ja mag niet in da spiega kijka ?

25. Analogie-nei- Men ziet, het is al ver gekomen met ons Keesje, en het gingen op gram- wordt hoog tijd, dat aan die verwaande leidende neiging matisch gebied. een eindje wordt gemaakt. Hoe dat echter lukken

128

Sluiten