Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zal, zullen we pas in het volgend hoofdstuk kunnen nagaan. Er werken in Keesje echter ook nog andere deternrineerende neigingen, wier oorsprong en werking wij eerst nog even moeten nagaan: ik bedoel de opkomende grammatische en syntactische vormen. Ook deze berusten niet op wilsakten, maar op stilzwijgende, soms zelfs onbewuste, aanwensels. Zoo kwamen, gelijk we zagen, de genitief-s en de meervoudsuitgangen -a en -s in gebruik, nadat bij in het vage het betekenisverschil tusschen eersten en tweeden naamval, tusschen enkel- en meervoud was gaan beseffen. Eerst gebruikte hij zoo n vorm aan 'teen of ander woord, dat bij uitsluitend in dien vorm placht te hooren per toeval goed. Daarna nog zoo'n paar woorden. Dan komt er een dag, dat er ineens een heele reeks voorbeeldjes loskomt, en blijkt gewoonlijk op dienzelfden dag: dat hij met die achtervoegsels ook de juiste beteekenis verbindt. Hoe is bij daartoe gekomen? Zonder verstand, zonder begrip van het beteekenisverschil is het natuurhjk onmogelijk. Maar sinds hij dat eenmaal heeft: uit louter gemak. Door de toevallige voorbeeldjes komt hij op een weggetje, dat hem aanstaat, en waar hij als het ware bergaf vanzelf verder loopt. Want moeder verstaat wat bij bedoelt Toch zijn hier dan dikwijls heele nieuwe combinaties bij, die bij nooit van moeder gehoord heeft. Zoo b.v. oocha voor ook eentje. Dwaalthij daarmee van het gewone taalgebruik af» dan merkt hij dat meestal zelf vrij gauw. daar moeder voor hetzelfde ding of feit een anderen vorm gebruikt als hij Stemt het taalgebruik met z'n eigen uitvinding overeen, dan is elke keer dat hij een ander dien vorm hoort gebruiken, een nieuwe bevestiging en herhaling van z n kunstje.

26. Analogieën op ^n z^de uitbrading van een op beperkt terrein aanhet terrein der 9e eerd kunstje zien wij ook in de woordbeteekenissen. woordbeteekenis. Allerlei woorden, die Keesje voor een bepaald ding, dat » u •• . , r. ihem na 33,1 het hart liot. met goed succes (van z'n zin te tangen) heeft leeren gebruiken, gaat hij nu toepassen op allerlei andere dingen, die hij voorloopig als ongeveer hetzelfde beschouwt. Al heel vroeg had hij z'n melkkostje pa. pappie of pap leeren noemen. Maar weldra noemde hij alle eten zoo. En wat later ook het pannetje, waar z n pap in gekookt werd. Koeka vond hij reeds een jekkere versnapering, en sindsdien heet alle lekkers .koeka: in een ander huishouden werd zoo sjokjes (van choco) de vaste naam voor alle snoep dat nog tot op den leeftijd van zes jaar in gebruik bleef. Tegen grootpa had Keesje oopa leeren zeggen; maar meen nu niet dat hij al wist dat grootpa de vader van z n vader was; oopa was een vriendelijke zittende heer met een mooi zwart pak aan; en daarom heette elke deftige heer • oopa. bn toen er later eens een oude heer onder een parapluie voornijging, noemde Keesje hem aanstonds weer oopa. Kacha noemde hij

Ot Roman van een kleuter. 9.

129

Sluiten