Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

natuurlijk ook het gaskomfoor, en rara (tante) zei hij tegen alle dames. Alle stukken papier heeten hief (brief). Poets» noemt hij alle wrijven; het witte kokertje van een tandenborstel heet bij hem kaas (kaars). Alle kinderen, ook jongetjes, noemt hij mets/a; kouwfis behalve voor z'n kous, ook de naam voor z'n been, boek is zoowel z'n broek als z'n knie en dijen; de stofjes in de zonnestraal noemt hij sieuwa (sneeuwen), al de vingers van z'n handje heeten pftra (pinkje), alle witte vlekjes en stipjes noemt hij puisja (pluisje). Als er een vogel door den tuin vliegt, hoeft Keesje niet te kijken, wat het is: 't is altijd een kaai (kraai). Harde wilde kastanjes noemt hij reena (steenen), en zoo gaat het met allerlei personen, dieren en dingen.

OEFENING groote menschen gebruiken nog dikwijls hetzelfde woord

voor verschillende dingen, die wij in den dagelijkschen omgang zoo ongeveer als hetzelfde beschouwen: 1°. den naam der stof voor het ding uit die stof gemaakt: glas, ijzer, het leer; zoek er een paar voorbeelden hij; —• 2°. den naam van een stad of land voor de stof die er vandaan komt: Kasjemier, Bordeaux: zoek er een paar voorbeelden bij; — 3°. den naam voor een feit voor de plaats waar het feit gebeurt: klas, markt, en alle fabrieksnamen op -erij (brouwerij beteekent eigenlijk: het brouwen); zoek er een paar voorbeelden bij; 4°. den naam van een eigenschap of gewoonte voor de personen die zoo'n eigenschap of gewoonte hebben: de jeugd, de ouderdom, ouwe bruine, een brekespel, een bedilal; zoek er een paar voorbeelden bij; — 5. den naam van den maker voor zijn maaksel: een Rembrandt, een van Leeuwen (Homerusuitgaaf). Een Burgers (fiets). Al deze gevallen noemt men weieens met een geleerden naam: metonymia of naamsverwisseling.

& i • Dit komt nu vooral voor bij tegenstellingen. Naar te en8telhnaenVan koven klimmen heet bij Keesje: boofa timma, maar dan is het ook niet meer dan natuurlijk dat hij: langs den trap naar beneden gaan, eveneens boofa timma noemt. Moeder zei 's avonds in den winter, als ze hem een warme kruik bracht, vaak: ,,'t is zoo koud, hier is een kruik". Langzamerhand begon Keesje, als hij moeder aan zag komen, al uit .zich zelf te zeggen: koud. Op een avond vroeg hij echter, wijzend op de kruik: ditta? En moeder antwoordde kruik. Sinds dien vraagt hij 's avonds dikwijls: kuik koud. of koud kuik, en waarschijnlijk bedoelt hij daarmee juist een warme kruik. Deur in beteekent bij Keesje: door de deur gaan; en hij gebruikt het dus zoowel voor 't naar binnen als naar buiten gaan. Deur uit kent bij nog niet. Al deze voorbeeldjes van Keesje zijn uit het het 2delevensjaar. Maar ook later komen zulke verwisselingen nog dikwijls voor. Zoo zeiden Pol en Jozef op 4-jarigen leeftijd: hou los in plaats van laat los (naar hou vast). Jozef had het bovendien over: zijn blokkenuis afbouwen voor afbreken (naar opbouwen). Henri, 5 jaar oud, riep tegen

130

Sluiten