Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een akker (de plaats waar de boer de ploeg omkeert) — bet oor van een pot

het oor van een kopje — het oog van een naald — oogen in de aardappels — de oogen op den pauwestaart — de oogen der dobbelsteenen — blik (metaal) — de kaken van den afgrond — de roode wangen van een appel — de neus van een schoen — de mond(ing) van een rivier— de gapende mond van den afgrond — de mond van den krater — een landtong — een tong (vischsoort) — de tong van de weegschaal — de tóng van een laars — de lippen eener wond — de tanden van een kamwiel — de baard van ee? sleutel — de hals van een flesch of kraf— de hals van viool of guitaar —de keel van een fuik — 17dc eeuwsch: de keel van een berg (berg engte) — de arm van een rivier — een zeearm (mnl St Joris braes) — de ar oen van het kruis — de arm aan een spoorsignaal — de armen aan een stoel, armstoel — de armen van een weegschaal — de elleboog van een kachelpijp — de polsslag van ons volk — een hachelijk tijdsgewricht — de vuist van het vaderland (G. Brandt) — de hand van een anker — de handen eener weegschaal — veeren met omgezette handjes — derde handen — een kapstok met koperen duimpjes — de duimen aan een deur — een pink (langwerpige naairing) — pinkjes (gebakjes) — de borst van den haan op geweren — borstbout — de borst van een pen in het slot — geribd papier — de ribben van een schip — de kust (v. lat costa, rib) — een koraalrif — het geraamte van een schip — een bult aardappelen — een bergrug — de rug van een mes — de rug van een boek — de graat van een kruisgewelf — In het hartje van het land — bet hart van de kropsla — de hartslag onzer beweging — de hartader des lands — de aderen in het marmer — een ader van goud — de aderen van het wereldverkeer — de ader van een bron — druivenbloed — zeeboezem — de moederschoot der kerk — in den schoot zijner familie — de schoot der baren — het lichaam van een woord—inlijven — een diklijvig gevaarte — de romp van een schip — het romp-parlement — de buik van een flesch — buikig — de buik van een vat — een inham van de zee — de knie (zwengel) van een pomp — de knie (schegge) — de knie van 't galjoen (loefhout) — knietje (balkje)— het been van een letter — de beenen van een driehoek — de pootten) van tafel stoel, bed. enz. — de voet van den berg — de voet van een glas, een lamp — de voet der bladzij — aan den voet van den mast — aan den voet van het kruis — de huid van een schip — een velletje papier — de ziel van een flesch — bet merg der wetenschap.

OEFENING 2. sPtc'tcn groote menschen soms van: huppelende bergstroomen, zich neerstortende watervallen, gapende afgronden, ijlende wolken, stijgende bergen, grashalmen die zich wiegen op den wind. We lezen bij dichters van: klimop dat den beuk omvat van een olm die zijn takken uitspreidt van den hemel die zich over ons uitspant (uitspansel); en ook wel in proza van: een straat die recht doorloopt of een weg die rechts afslaat die zich kronkelt en buigt die midden door het bosch gaat zich verengt, en ten slotte op de hei uitkomt; van een voorgebergte dat vooruitspringt, van een kust die

133

Sluiten