Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hebben je boven ook een tuin Ba bloemen... en kersen... en bijen, Die brommen zool en een hooge duin, Waar je op en af kunt rijen? [zacht En je moeders handen, zijn ze ook zoo Als ze je 's morgens komt wasschen. En de zeep zoo schuimt en een waterOver je rug komt plassen? [vracht

In mijn bosch woont een nachtegaal

Hebben je kleine muschjes,

Die je voeren kunt? —* Zijn je allemaal

Broertjesl Broertjes en Zusjes?

DE JAPANSCHE STEENHOUWE

Er was een man, die steenen hieuw uit

de rots. Zijn arbeid was zeer zwaar en

hij arbeidde veel, doch zijn loon was

gering en tevreden was hij niet

Hij zuchtte, omdat zijn arbeid zwaar

was, en hij riep: „och, dat ik rijk ware,

om te rusten op een baleh-baleh met

klamboe van roode zijde.

En er kwam een engel uit den hemel,

die zeide: „u zij gelijk gij gezegd hebt".

En hij was rijk. En hij rustte op een

baleh-baleh en de klamboe was van

roode zijde.

En de koning des lands toog voorbij

met ruiters voor zijn wagen. En ook

achter den wagen waren ruiters; en

men hield den gouden pajong boven

het hoofd van den koning.

En als de rijke man dit zag, verdroot

het hem, dat er geen gouden pajong

werd gehouden boven zijn hoofd. En

tevreden was hij niet

Hij zuchtte en riep: „ik wenschte

koning te zijn!"

En er kwam een engel uit den hemel, die zijde: „uzij gelijk gij gezegd hebt". En hij was koning. En voor zijn wagen reden vele ruiters en ook waren er

Ik krijgt ei haast ook een, 't bedje staat Hebben jelui allemaal bedjes ? [klaar I Maar waar staan ze dan, ik zie er geen 'kHou het mijne nu aldjd [Waar?

[netjes.

Twee, tien, twintig... altijd meer Komen je aangeloopen... In mijn oogen strooien je prikkeltjes Ik hou ze niet meer open! [neer; Tien, zes, honderd... ik ben te moe Om je allemaal te tellen... Als ik wakker word is de hemel toe... Bn 'k wou nog zóóveel vertellen... R. :-: :-: door Ed. Douwes Dekker, ruiters achter zijn wagen; en boven zijn hoofd hield men den gouden pajong. En de zon scheen met heete stralen en verbrandde het aardrijk, zoodat de grasscheut dor werd. En de koning klaagde, dat de zon hem schroeide in het gelaat, en macht had boven hem. En tevreden was hij met Hij zuchtte en riep: „ik wensch de zon te zijn!"

En hij was de zon. En hij zond zijn stralen naar boven en naar beneden, naar de rechterzijde en naar de linkerzijde en alom. En hij verschroeide de grasscheut op de aarde en het gelaat der vorsten, die op aarde waren. En een wolk stelde zich tusschen de aarde en hem, en de stralen der zon stuitten erop terug.

En hij werd toornig, dat zijne macht

weerstaan werd, en hij klaagde, dat

dié wolk machtig was boven hem. En

tevreden was hij niet

Hij wilde de wolk zijn die zoo machtig

was.

En er kwam een engel uit den hemel, die zeide: „u zij gelijk gij gezegd hebt". En hij werd een wolk, en plaatste zich

135

Sluiten