Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tusschen de zon en de aarde en ving de stralen op zoodat het gras groen werd.

En de wolk regende in groote druppen op het aardrijk en deed de rivieren zwellen en debanjirsvoerdende kudden weg. En ze verwoesten door veel waters het veld.

En ze viel op een rots, die niet week. En ze klaterde in groote stroomen, maar de rots week niet En ze werd toornig, omdat de rots met wijken wilde, en omdat de sterkte van haar stfoomen ijdel was. En tevreden was zij niet Ze riep: „aan de rots is macht gegeven boven mij. Ik wenschte die rots te zijnl" En er kwam een engel uit den hemel, DE TARWEKORREL :-: :-: Het was een triestige, nat-koude herfstdag. Aan hagen en boomen hingen roode rozebottels en vogelbessen, elk blad droeg een kiemen zuiveren neveldruppel, en overal zag men verlept gras en gele blaren. Een eenzame kar schokkelde heen en weer over den modderigen weg; de voerman had een grooten wollen doek om den hals, en sloeg van tijd tot tijd de armen over elkaar, om zijn bloed wat sneller te doen loopen en zich een weinig te verwarmen. Het was een echt triestige dag. Op dien dag ging ook een zaaier uit om te zaaien. Den graanzak over den linkerarm ging hij langzaam verder, metde rechterhand de zaadkorrels over de beploegde aarde uitstrooiend. Het was een groot veld. Lang en zwart strekte het zich voor hem uit met vele lange, rechte voren, die over de geheele lengte naast elkander hepen.

Bij iedere schrede strooide de zaaier

die zeide: „u zij gelijk gij gezegd hebt". En ze werd rots, en bewoog niet als de zon scheen, en niet als het regende. En daar kwam een man met houweel en met puntigen beitel, en met zwaren hamer, die steenen hieuw uit de rots. En de rots zeide: Wat is dit dat die macht heeft boven mij, en steenen houwt uit mijn schoot?" En tevreden was zij niet

Ze riep: „ik ben zwakker dan deze... ik wenschte die man te zijnl" En er kwam een engel uit den hemel, die zeide: „u zij gelijk gij gezegd hebt". En hij was steenhouwer. En hij hieuw steenen uit de rots, met zwaren arbeid en hij arbeidde zeer zwaar voor weinig loon.... en.... hij was tevreden. Uit Gelijkenissen door J. Joergensen. zijn zaadkorrels uit —• het was goede, volle tarwe .— en de korrels vielen en rólden, en verborgen zich in den zwarten, muilen grond.

En dit deed hij zoo tot den avond. Toen was zijn zak leeg en ging.hij naar huis, naar zijn avondeten en zijn bed. Een der tarwekorrels lag geheel alleen tusschen twee zwarte, vochtige aardkluiten. En dezen tarwekorrel was het heel droef te moede. Donker en vochtig was het hier, en nog donkerder en vochtiger werd het want de dagnevel trok zich te zamen en werd een stroomende nachtregen. Dit was schier om wanhopig te worden. Dat werd de tarwekorrel dan ook. En om zich ta een nog somberder stemming te brengen, begon hij alle mogelijke herinneringen aan betere dagen op te halen. Hij dacht aan den tijd, dat hij hoog boven ta de slanke aar zat, geliefkoosd door de zon, gewiegd door den

136

Sluiten