Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij diep doordrongen van eerbied, want het was, als sprak Een tot het gansche aardrijk, ja tot alles, wat er bestaat. Ik ben het, die u schiep, en u nu weer herscheppen wil", luidde het antwoord der stem. Toen gaf zich de arme, stervende tarwekorrel aan den wil zijns Scheppers over — en wist van niets meer.

Op zekeren lentemorgen, een der eerste van het jaar, stak een groen spruitje zijn kop uit de vochtige aarde omhoog. De zon scheen zoo warm, dat de aarde er van dampte.

En hoog in de blauwe luchten zongen ontelbare leeuweriken. De tarwekorrel — want deze was het groene spruitje — keek verwonderd om zich heen. Hem was dan werkelijk het leven teruggeschonken, hij was weergekeerd naar de zon en het gezang der leeuweriken. Hij zou opnieuw leven. ROUW OM HET JAAR. :-: :Maanden, komt, brengt bloemen aan, De lucht is bleek met de laatste maan. En het jaar, het jaar is doodl Hét is een koud, dood man in'huis, En ik wil het begraven met zang en Van vallende bloemen ... [geruisch Het jaar, ach 't jaar is doodl... Blijde maanden van 't doode jaar, Vollegt zachter achter de baar Dan toen gij volgdet na elkaar, [men... Armvollen dragend van blijde bloeEerste en laatste maanden, treedt Langs de baar met sleepend kleed — Uw preevlende lippen noemen Spelend den naam van 't jaar Ach! 't schoone jaar is dood!...

Maanden, die als maagden zij t, [kruid, Strooit rondom hem bloemen en

En dat niet alleen. Want rondom zich op het veld zag hij andere groene spruitjes — een geheel leger — en hij herkende in hen zijn broeders en zusters. Toen voelde de jonge plant, hoe een zwellende levensvolheid haar doortrilde, en het was haar, of zij uit louter dankbaarheid tot aan den lichtenden hemel moest opgroeien om dien met hare halmen te hefkoozen. En hetzelfde dankgejubel scheen ook de leeuwerikken zoo hoog in de lucht te drijven, als zij vliegen konden, en hoe hooger zij kwamen, hoe klaarder en reiner zij zongen. En een stem, die thans van boven en met uit de aarde kwam, zeide: „Wanneer de tarwekorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft hij alleen. Sterft hij echter, dan zal hij veelvoudige vruchten dragen".

Naar de vertaling van H. van Calker.

:-: :-: door Albert Verwey. Hij was een schoon, groot man in zijn, [tijd.

Draagt hem met zangen en klagen uit!.. Bloemen liggen om 't schoone hoofd, Bloemen over de baar — Maar bet licht, ach het licht is gedoofd In de oogen van 't doode jaar.

Gaat nog eenmaal rond de baar Komt dan weer ... Ziet nog eens naar 't doode jaar.

Dan niet meer ... Zoete Mei, die altijd lacht. Ween niet meer met hangend haar — Gij zijt de schoonste van ieder jaar. Ween niet meer, maar wacht: Wacht met uw zusters ter wederzij.

Hand in,hand: [vlei: Ik hoor op mijn drempel gelach en ge-

138

Sluiten