Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

't Is het nieuwe jaar en de blijde Mei

Wenkt het met bloemen naderbij

DE JONGE KIKKERS. :-: Drie jonge kikkers zwommen In 't midden van een sloot; Daar zien zij in de biezen Een stokjen — ol zoo rood. „Kijk!" kwakten zij nieuwsgierig, „Daar roeien we eens naartoe!" <— „Dat zal je wel eens laten!" Rikkikten pa en moe. De jongen fleemden: „Och, kom! „Laat as-je blief ons gaan!" Maar de ouden zeiden: „Kindren, „Past op, blijft daar vandaan!" —

WELG EN POPEL :-: :-:

De koude maand schuilt weg aan den 't Nieuwjaar gaat haar voorbij, [wand: >: :< door B. van Meurs. De jongen werden koppig, En wilden toch er heen. Zij huilden en zij pruilden: Maar de ouden kwakten: „Neen!" De jongen zien een kansje. En nemen 't stilkens waar: Zij naadren 't roode stokje... Een poot van d'ooievaar! Zij schrikken... willen vluchten... Jawel, een mooie grap! De leeplaar slaat de bengels Naar binnen met een hap!

:-: :-: :-: door Jac Perk.

MEEN NIET, DAT BÉNE DEUGD VOOR ALLEN PAST! — DE POPEL STREEFT OMHOOG MET TROTSCH VERACHTEN DER AARDE, EN T HARTE POPELT HEM VAN SMACHTEN NAAR 'T BLAUW DES HEMELS. WAAR DE VREDE WAST;

DE TREURWILG NIJGT ÈN LOOT ÈN LOOVER-LAST, DIE T WATER ZOEKEN MET EEN HOOPVOL TRACHTEN. EN LIJDZAAM OP DE BLIJDE STONDE WACHTEN. DAT ZIJ DOOR 'T GOLFJE WORDEN OVERPLAST:

MEN MOET DEN POPEL. DIE ZICH BUIGT. VERACHTEN. DE TREURWILG. DIE DE WOLKEN ZOEKT, MISDOET. — WANT ELK MOET. WAT HEM PAST TE DOEN. BETRACHTEN.

WIE. WAT ZIJN AARD BEVEELT, VERRICHT. IS GOED:

DE DUIF ZIJ ZACHT. MAAR DE AREND TOON' ZIJN KRACHTEN.

EN GAL ZIJ BITTER. MAAR DE HONING ZOET.

139

Sluiten